9 januari 2025
Fred, Anna en de bloeddorstige pinguins... Fred zat in zijn eeuwige ‘afritsbroek met pijpen’ in zijn grote stoel bij het raam. Een halflege kop Senseo-koffie stond naast hem op de vensterbank, inmiddels koud en met een droog, korrelig schuimrandje langs de bovenkant. Zijn telefoon hield hij in zijn hand, het blauwe licht van het scherm weerspiegelde in zijn wijd opengesperde ogen. Anna zat tegenover hem op de bank, haar haar in een chaotisch kapsel dat er al minstens twee dagen zo uitzag en een verfveeg over haar neus. Ze keek hem met een vragende blik aan. “Wat is er aan de hand?” Fred draaide langzaam zijn hoofd naar haar toe. "Ik geloof dat ik een medisch probleempje heb..." Het kwam er onhandig en wrang uit, alsof hij hoopte dat het minder ernstig klonk met een verkleinwoordje. Hij overhandigde haar zijn telefoon, en met één snelle blik op de woordenstroom op het scherm begreep ze het meteen: kanker… pffff. Anna trok haar wenkbrauwen nog hoger, wat bijna een prestatie op zich was. “Dus dat knobbeltje in je lies was het verstopplekje voor foute cellen die zich hebben gehergroepeerd en nu ineens ‘surprise’ roepen?” Fred grinnikte, maar het klonk meer als een rare, omgekeerde hik. Hij leunde achterover in zijn stoel en wreef met zijn handen over zijn gezicht. "Het is toch niet normaal," mompelde hij achter zijn vingers. "Een mailtje, serieus? Alsof ze me net even melden dat ik een vitaminetekort heb of zo." Anna boog zich naar voren en gaf hem een zachte por in zijn schouder. "Het ziekenhuis denkt vast dat jij de meest nonchalante patiënt ooit bent. 'Oh, Fred heeft kanker? Stuur maar een mailtje, die regelt dat wel.'" "Nou, dat doen ze inderdaad," zei Fred. "Alsof ik de CEO ben van mijn eigen gezondheid." Hij deed zijn wanhopig handen uit elkaar. "En nu? Het is al na half vijf, dus het ziekenhuis is natuurlijk onbereikbaar. Artsen werken blijkbaar ook keurig binnen kantooruren. En de huisarts kan ik pas morgenochtend bellen." Anna haalde haar schouders op en nam een slok van haar thee, die net zo koud was als Freds koffie. Ze trok een grimas. "We hebben internet. Misschien vinden we daar iets dat ons geruststelt. Of iets dat zegt dat er binnen een week een kolonie bloeddorstige pinguïns je lymfeknopen klieren." Fred trok zijn wenkbrauwen samen en keek haar aan. "Oh, geweldig. Dat klinkt als iets dat we zeker moeten opzoeken." Maar er was een glinstering in zijn ogen, eentje die alleen mensen zoals Anna konden zien. Een glinstering die balanceerde tussen angst en het absurde. Een glinstering die zei: Laten we lachen, want anders ga ik gillen. Anna glimlachte naar hem en sloot de laptop die hij inmiddels had gepakt. "Kom op. Voor we ons verliezen in de horrorverhalen van Dr. Google, is het misschien beter om iets te eten. Wat dacht je van pizza met álle slechte, lekkere dingen erop? Als we dan toch door een emotionele achtbaan moeten, kunnen we ons net zo goed onderdompelen in lekkerheid." Fred zuchtte, maar voelde hoe de spanning in zijn borst iets minder werd. "Pizza, hè? Prima. Misschien is dat wel hét wondermiddel dat het ziekenhuis vergeten is te vermelden." Ze stonden samen op, met dat wankele gevoel van zekerheid dat alleen het moment kon bieden. Misschien was de wereld ineens vol medische brij en onbeantwoorde vragen, in ieder geval hadden ze elkaar. En pizza! HOOFDSTUK 2.. EUH…. De ochtend na de diagnose voelde vreemd leeg, alsof iemand een handvol belangrijke dingen uit de lucht had geplukt en achter zich had gegooid. Fred had zich vastgeklampt aan routines die hem normaal gesproken houvast boden: een verse kop Senseo-koffie, een bak yoghurt met muesli, een poging om op zijn telefoon niet de diagnose in te toetsen voor dr Google… Het is nog even wachten totdat de huisarts zal bellen. Anna loopt wat met haar ziel onder haar arm om hem heen te drentelen, niet goed wetende wat te doen en wat te voelen. Wat gek eigenlijk dat je voor een ander precies denkt te weten hoe het zou moeten voelen terwijl dit in het eggie heel anders is… alle standaardzinnen klinken leeg en zijn woorden waar je geen flikker aan hebt. Het enige wat enigszins de spanning breekt is doodgewone humor. Dus de macabere grappen vullen de kamer… En dan eindelijk….Fred’s telefoon trilde in zijn hand. Hij keek naar het scherm en slikte. De huisarts. Hij nam op, zijn stem even stevig als hij kon maken. "Met Fred," zei hij. "Fred, euh… goedemorgen," klonk de zachte stem van zijn huisarts. Het soort stem dat je normaal gesproken gerust moest stellen, maar nu alleen zijn hart sneller deed kloppen. "Euh, Ik wilde even checken hoe het met je gaat, na euh... ja, na dat euh mailtje van het ziekenhuis." Er viel een korte, ongemakkelijke stilte. "Wat... euh, wat heb je precies uit die euh, informatie gehaald?" Fred keek naar Anna, die in de keuken gespannen meeluisterde. Zelfs nu, in deze rare, grimmige situatie, voelde hij hoe mensen, zelfs professionals, onwennig en voorzichtig werden. Alsof ze om een groot, onzichtbaar beest heen dansten, bang om het wakker te maken. "Nou," begon hij, zijn stem breekbaar maar vastbesloten. "Het klinkt alsof ik... kanker heb. Een behoorlijk serieuze vorm?." De huisarts zweeg een moment, en Fred stelde zich voor dat ze daar zat, met een blik vol medeleven. "Euh…Ja," zei ze toen, haar stem heel zacht. "Ik begrijp dat dat heftig is om euh dit zo te horen. En euh.. het spijt me zo dat het op deze manier is gegaan. Wat verschrikkelijk onpersoonlijk. "Euh, ik heb contact opgenomen met het ziekenhuis, en euh ze hebben inderdaad een afspraak voor je ingepland. Iemand van het ziekenhuis zal je vandaag bellen om de praktische zaken door te nemen." Fred probeerde de knoop in zijn maag te ontwarren. "Maar het blijft een bizarre manier om nieuws als dit te krijgen." "Euh… het is niet de manier waarop het zou moeten gaan," gaf de huisarts toe. Ze sprak met een soort mededogen dat hem op de een of andere manier zowel troostte als frustreerde. "Wat het ook is," zei ze, "Ik ben er voor je. Euh…Je kunt me altijd bellen, en euh... we gaan hier samen doorheen." Fred mompelde een bedankje, maar zijn gedachten bleven zich vastklampen aan de woorden: samen doorheen. Het klonk mooi, maar uiteindelijk was hij degene die ermee moest leven, letterlijk en figuurlijk. Samen met Anna… Hij beëindigde het gesprek en staarde naar zijn telefoon, de wereld buiten voelde nog steeds absurd en onwerkelijk. Anna had tijdens het gesprek haar adem ingehouden en keek hem nu voorzichtig aan. "En?" vroeg ze zachtjes. "Ze waren... voorzichtig," antwoordde Fred, met een flauwe glimlach die niet echt aankwam. "Heel lief en omzichtig, alsof ik een kwetsbaar antiek vaasje ben." Hij zuchtte en schudde zijn hoofd. "Het blijft absurd. Zelfs professionals lopen op eieren." Anna knikte langzaam, een mengeling van bezorgdheid en begrip in haar blik. "Dan euh, dus euh... maar gewoon doorgaan? De 'euh's' benadrukkend van de huisarts. Dus gewoon vanmiddag jouw geplande museumbezoek met Marja? Kunst, en een flinke dosis bestaanscrisis erbij?" Fred grinnikte, een lach die hem even lucht gaf. "Ja. Laten we het museum met een nieuwe blik bekijken. Wie weet is mijn bestaan straks het onderwerp van de volgende grote expositie: ‘Man wacht op nieuws en observeert zijn eigen sterfelijkheid.’" Anna lachte, deze keer oprecht. "Nou, dat is een kunstproject dat ik graag zou overslaan. Maaaaaar, wel goed idee eigenlijk." Fred zag dat haar radertjes alweer op volle snelheid begonnen te ratelen… wie weet… Marja kwam een uur later en samen met Fred vertrokken ze naar Groningen. De wereld denderde door, en de vraag: Ga ik dood? bleef in de lucht hangen, onuitgesproken maar aanwezig. En terwijl de weg zich voor hen uitstrekte, probeerden ze hun eigen soort humor en zwarte grappen te gebruiken om de stilte te vullen. Onderweg gaf zijn telefoon een seintje en met een gevoel van tegenzin nam hij op. "Met Fred," zei hij, zijn stem kalmer dan hij zich voelde. De stem aan de andere kant klonk jong, haast te jong voor zo’n gesprek. "Dag meneer, ik ben de AIO van de afdeling oncologie," zei de stem. "Uw huisarts heeft ons gevraagd om contact met u op te nemen." Er viel een ongemakkelijke stilte. "Helaas kunnen we op dit moment alleen bevestigen dat we een afspraak voor u hebben ingepland, over acht dagen." Fred knikte, alsof de AIO hem kon zien. Acht dagen. Alsof hij een afspraak had gemaakt voor een kleine onderhoudsbeurt, niet voor iets dat zijn hele bestaan op de helling zette. "Dank u," zei hij, met een stem die verbazend kalm bleef. "Acht dagen wachten." De AIO klonk opgelucht dat het gesprek snel voorbij was. "Goed, we zien u dan." Met een korte klik was de lijn dood. "Ze kunnen niets zeggen," antwoordde Fred. "Behalve dat ik acht dagen moet wachten." Hij probeerde te lachen, maar het klonk meer als een geforceerde zucht. "Acht dagen vol spanning. De auto reed verder, de wereld denderde door, en de vraag Ga ik dood? bleef in de lucht hangen, onuitgesproken maar aanwezig. Anna, nu alleen in het grote huis, liep wat met haar ziel onder haar arm, drentelend van de keuken naar de woonkamer en weer terug, alsof ze ergens verwachtte een antwoord te vinden. Ze wist niet goed wat ze moest doen, wat ze moest denken, wat ze moest voelen. Wat doe je als het leven plotseling van koers verandert en je samen op een wankel vlot drijft in een zee van onzekerheid? Gelukkig kwam haar vriendin Suus langs, gewapend met vuilniszakken en een vastberaden blik alsof ze een realityshow over opruimen gingen winnen. "Kom op," zei ze, "laten we die kasten leegtrekken en de rommel eruit mieteren. Een beetje chaos is precies wat je nodig hebt." En zo begonnen ze, al snel verdwijnend in een berg oude kleding, hoeden en mysterieuze apparaten die niemand ooit gebruikt had. Als dat de gedachten niet zou verzetten, dan wist Anna het ook niet meer… HOOFDSTUK 3. The River Styx... Nog zes dagen tot het gesprek in het ziekenhuis. Zes dagen die zich eindeloos lijken uit te strekken. Maar vandaag leek het verrassend normaal, of in ieder geval zo normaal als het kon zijn met dat klote-oorwurmpje wat steeds bleef rondzingen… kanker, kanker, kanker… Het is mooi weer, een soort dag waarop de zon je naar buiten trekt ondanks dat de wind best fris was, en dus besloten ze te fietsen. Hun mooie nieuwe blauwe gevaar, de trike-tandem, wordt uit z’n pyjama gepeld. Fred zit voorop, Anna achter hem, en samen trappen ze stevig door het landschap. De fietspaden waren vandaag ineens te smal en het was er gewoon geen dag voor steeds maar uit te wijken voor tegenliggers. Dit keer gaan ze in volle vaart over de plek waar de auto’s rijden. Lekker snel… De wind waait alles even uit hun hoofd, en het voelt bijna alsof de spanning van de afgelopen dagen niet bestaat. Bijna. “Misschien moeten we een nieuwe slogan bedenken voor de stichting,” riep Fred terwijl hij zich naar Anna omdraaide, zijn ogen glinsterend van de wind en de inspanning. “Onbeperkt op de Fiets: omdat piekeren veel moeilijker is met tegenwind.” Anna schoot in de lach, haar stem vrolijker dan de laatste dagen. “Daar zeg je wat,” riep ze terug. “Misschien kunnen we dat als therapie aanbieden: tegenwind voor een leeg hoofd". Ze hebben net een lekker tempo te pakken toen ze bij het pontje aankwamen waar ze over wilden. Een groot bord kondigt aan: Pontje gesloten van oktober tot april. Ze remmen af en staarden even naar het water, dat er kalm en onaangedaan bij ligt. Fred zucht en wijst naar het water terwijl zijn mondhoek omhoog kruipt in een scheve grijns. “Nou, dat is toch wat,” zegt hij, met een dramatisch gebaar naar het water. “Het lijkt wel de River Styx”, de mythologische dodenrivier. Ach, ik had gehoopt op een gratis overtocht, maar ja, de veerman van de Styx heeft blijkbaar ook zijn winterstop.” Anna schoot in de lach. “Mafkees” zei ze, haar lach half verstikt door het absurde van de situatie. “Nou ja, misschien is dat juist een goed teken. Blijkbaar mag je nog even blijven rondhangen bij de levenden.” Fred schudde zijn hoofd, zijn ogen glinsterend van het morbide grapje. Ze draaien de trike om en trappen terug, hun lach nog steeds in de lucht hangend, als een buffer tegen de zwaarte van de dag. Terug thuis deden ze wat mensen doen op een zaterdag: ‘gewoon’ tv kijken, alsof dat hen kon afleiden, ‘gewoon’ eten maken, ook al smaakte het nergens naar, ‘gewoon’ koolhydraatarme taart uitproberen omdat het leven gevierd moet worden en liters koffie en thee. Eigenlijk was het een bijna gewone dag, met dat ene extra ‘dingetje’ dat rondzoemt als een vervelende mug. Maar die gesloten pont en Freds zwarte humor hadden in elk geval voor wat lucht gezorgd. En soms was dat alles wat je nodig had. HOOFDSTUK 4... ELEKTRISCH OPWARMEN Nog drie nachtjes slapen, herhaalde Anna in haar hoofd, terwijl ze voor de zoveelste keer met haar vaatdoek over het aanrecht ging. Het was alsof die zin zich in haar hersenen had ingegraven en nu, elk moment van stilte opvulde. Nog drie nachtjes slapen. Ze vroeg zich af of iemand ooit een boek zou schrijven met die titel, een zenuwslopende thriller over mensen die wachten op slecht nieuws. En misschien zou zij dan de hoofdpersoon zijn: Anna, de vrouw die probeerde normaal te doen terwijl haar hoofd overal en nergens was. De dagen waren een aaneenschakeling van gewone dingen die op mysterieuze wijze misgingen. Zoals vanavond toen ze avondeten maakte en zo veel water in de butterchicken gooide dat het veranderde in een dikke pompoensoep. Fred had haar met een mengeling van verbazing en bewondering aangekeken. “Wauw,” zei hij, “je hebt zojuist een nieuwe culinaire uitvinding gedaan: ‘buttersoep à la paniek’.” Anna had haar hand in een overdreven gebaar tegen haar voorhoofd gedrukt. “Ach, een meesterchef ben ik niet,” zei ze, “maar een dramaqueen, dat lukt me wel.” Ze hadden gelachen, en het voelde goed, al was het maar voor een paar minuten. Ze had zich vaak afgevraagd hoe ze zich in zo’n situatie zou voelen, hoe ze zou reageren als het leven plotseling niet meer vanzelfsprekend was. Het bleek dat ze vooral... drentelde. Doelloos, zoekend naar manieren om nuttig te zijn, om iets te fixen dat niet te repareren was. Ze liep rond met haar ziel onder haar arm, zoals haar moeder het altijd zo mooi zei, en probeerde de zorgen uit haar hoofd te houden door zichzelf te dwingen de meest alledaagse dingen te doen, veel opruimen en die eeuwige volle eettafel leeg te maken. Het elektrische dekentje op de bank werd haar toevluchtsoord. Elke avond kroop ze er samen met Fred en de katten onder, alsof die warmte de zorgen even kon wegsmelten. Het liefst wilde ze iets zeggen, iets troostends, iets dat de spanning in de lucht kon breken. Maar wat zeg je als je zelf ook niet weet hoe je je moet voelen? Ze wilde sterk zijn, geruststellend, een anker in de storm, maar de realiteit was dat ze zelf ook overspoeld werd door onzekerheid. Ze voelde zich verloren, alsof ze midden in een doolhof stond zonder kaart of plan. Nog drie nachtjes slapen. Het zoemde door haar hoofd, ongrijpbaar en vervelend, net als die mug die je maar niet te pakken krijgt. Anna deed haar best om het normale vast te houden, maar wist dat het ‘gewone’ nooit meer echt hetzelfde zou zijn. Niet totdat ze antwoorden hadden. En zelfs dan... Maar vandaag zou ze blijven ronddrentelen, blijven grinniken om soep die ooit als saus bedoeld was, en zich blijven nestelen onder dat elektrische dekentje, gewoon om even te doen alsof alles normaal was. HOOFDSTUK 5: LET IT BE… Nog twee nachtjes slapen. Fred voelt hoe die woorden steeds zwaarder beginnen te wegen, alsof elk uur dat voorbij gaat nog een steen op zijn borst legt. Hij is moe, heel moe, alsof de artsen tijdens de punctie het gaatje niet dicht hadden gemaakt en alle energie langzaam uit hem loopt. De lymfeklieren in zijn lies, zijn nieuwe onaangename huisgenoten, klierden vrolijk verder. Ze worden dikker, onrustiger, alsof ze hun eigen agenda hebben. De ene dag voelt hij zich iets beter, de volgende dag lijkt alles ineens zwaarder en moeizamer. Het is alsof zijn lichaam niet weet of het wil vechten of zich overgeven. ‘Let it be’ hoorde hij Anna vanmorgen zingen in de keuken. Dat lijkt een goed advies… Het weekend is voorbij en Anna is weer gewoon aan het werk, dus hij brengt meer tijd alleen door. In het begin vond hij dat wel prima, die rust. Maar hoe meer de tijd verstrijkt, hoe vreemder de stilte voelt. Vaak voelt het alsof de klok ook hapert en het maar niet later wordt. Gelaten en wachtend op vrijdag, wachten op de specialist die misschien antwoorden zal hebben. Of misschien nog meer vragen. Het is vreemd hoe zijn gedachten niet verder willen dan die afspraak. Hij probeert niet na te denken over wat er daarna zal komen, hoe de diagnose en de behandelingen eruit zullen zien. Dat voelt te vroeg, alsof hij het verhaal al verder schrijft terwijl hij het begin nog niet eens helemaal begrijpt. ’s Avonds, als Anna weer uit de praktijk tevoorschijn komt, probeert hij haar te helpen met kleine dingen. Groente snijden, of de tafel dekken, of gewoon haar gezelschap houden terwijl ze moppert over rommel, het weer of op de mat pissende kat met blaasontsteking. Daarna nestelen ze zich samen onder hun elektrische dekentje, hun beschermende warmte schild tegen de buitenwereld. Ze kijken stomme programma’s op tv, hersenloze dingen waar je je verstand lekker bij uit kan zetten. Een paar dagen geleden hebben ze zelfs een Videoland-abonnement genomen, een impulsieve beslissing die voelt als een soort overlevingsmechanisme. Ze zijn begonnen met Gooische Vrouwen 😁, en hebben daarna een nieuwe serie opgezet over ene Lotte. Fred kan zich nauwelijks voorstellen dat er 245 afleveringen van zijn, maar het vooruitzicht van zoveel afleiding is geruststellend. Ze kunnen zich verliezen in het oneindige drama van iemand anders, een leven dat niet van hen is. Binnenkort zal het ook weer tijd zijn voor kerstfilms, vreselijke, overdreven, en prachtig simpele films waar je bij weg kunt dromen. “Verstand op nul,” had Anna gezegd, terwijl ze haar thee vasthoudt en naar de feestelijke trailer van een kerstfilm kijkt. “Dat is wat we nodig hebben.” Fred had alleen maar geknikt, zijn glimlach vermengd met de gelatenheid die hij niet helemaal van zich af kon schudden. Hij heeft geen idee wat de toekomst zal brengen, maar voor nu is het oké. Zolang hij samen met Anna onder dat dekentje kan zitten, met de veilige afleiding van slechte tv en het idee dat er altijd meer afleveringen van Lotte zullen zijn, kan hij het nog wel even verdragen. Het is geen echte rust, maar het was rust genoeg. Let it be… HOOFDSTUK 6: MORGEN… Nog één nachtje slapen. Morgen zouden ze eindelijk de uitslag krijgen, horen of er nog een behandeling mogelijk was. Of er een toekomst was, een kerst, een voorjaar, misschien zelfs een zomer met de geplande fietstocht naar Rome of Zweden, iets waar ze over hadden gefantaseerd. De oppas was al geregeld en verschillende namen van begeleiders al door hun hoofd gegaan.. Er waren veel mensen langs geweest de afgelopen dagen, vrienden, buren, en familie, allemaal met hun eigen manier van omgaan met het nieuws. Sommigen kwamen binnen met een blik alsof ze op een begrafenis waren, terwijl anderen juist overdreven vrolijk en hard lachend de kamer binnenstapten, alsof de bloeddorstige pinguins misschien zouden verdwijnen door er maar genoeg lawaai tegen te maken. De grappigste bezoekster was een kennis, iemand die ze al een poosje niet hadden gezien. Ze stapte binnen met een mand vol biologische kruiden, een kleurige verzameling bladeren en takjes die voor een halve boswandeling door konden gaan. "Kruiden die je gezondheid bevorderen, puur natuur," had ze gezegd, haar ogen stralend van overtuiging. En allemaal artikelen uit tijdschriften en kranten om te laten zien hoe je op een andere manier kunt genezen en gezond worden. Anna had de mand aangenomen en geprobeerd haar gezicht in de plooi te houden, terwijl Fred de kruidenmand aanstaarde alsof het een vreemd offer was van een verloren indianenstam. Na het vertrek van de vrouw hadden ze beiden in de keuken krom gelegen om die mand vol wondertakjes. “Wat is dit, een heksenritueel?” had Anna gezegd. “Straks moet je nog dansend om die mand heen, Fred.” “Wie weet, misschien helpt het wel,” had Fred gezegd, zijn ogen rollend. “Maar als we dan toch rituelen gaan doen, kunnen we dan die dans overslaan?” Toch fijn al die mensen die op de een of andere manier een steuntje in de rug geven. Elk op zijn of haar eigen manier. Fred glimlachte “Tja, er is natuurlijk ook geen handleiding voor ‘Hoe om te gaan met je zieke vriend’. Die middag pakten Fred en Anna alvast de bus in, klaar voor hun vertrek naar de Veluwe na het ziekenhuisbezoek morgen. Ze gaan naar "Hoge Heide”, hun geliefde maar veel te duur gehuurde jachthuisje op de heide voor een weekendje, hun eigen stukje rust en vrijheid. Voor deze keer moet het kunnen. Anna hield de nachtverrekijker omhoog die ze speciaal hadden gehuurd. “Denk je dat we de wolf gaan zien?” vroeg ze met een grijns. Fred lachte zacht. “Absoluut. Zo’n mooi plekkie kan de wolf vast niet weerstaan.” Het vooruitzicht om te vluchten, waar niemand vragen zou stellen of moeilijke antwoorden nodig waren, gaf hen de rust die ze nodig hadden. Morgen zouden ze zich verliezen in de bossen en de heide en misschien, heel misschien, zelfs de wolf in de nacht zien. Toen het al vroeg weer donker werd zaten ze, zoals de laatste week, onder hun vertrouwde elektrische dekentje, een beetje stil, maar met het vaste voornemen om er het beste van te maken. Ze hadden net een nieuwe kerstfilm opgezet die zo zoet was dat het glazuur bijna spontaan van je kiezen sprong. Fred rolde met zijn ogen bij de zoveelste scène waarin de hoofdrolspeler kerstkoekjes stond te bakken met een perfect glimlachend gezin. “Misschien moeten we dit jaar ook maar kerstkoekjes bakken,” zei Anna lachend. “Wie weet is dat wel de oplossing voor alles: meer koekjes.” “En meer kerstversiering,” grinnikte Fred. “Misschien moeten we Rome maar omruilen voor een huis vol kerstlichtjes en een leven vol koekjes.” Ze zaten daar, dicht tegen elkaar aan, terwijl de warmte van het dekentje zich als een cocon om hen heen sloot. Op dat moment kwam het besef dat, misschien… misschien wilden ze het eigenlijk helemaal niet weten, morgen. Misschien was dit genoeg. Samen onder dat dekentje, grinnikend om slechte kerstfilms en pratend over een toekomst die net zo goed een fantasie kon blijven. Hier, in deze warme bubbel, voelden ze zich heel even veilig, alsof ze het antwoord op de vragen gewoon konden laten bestaan zonder het ooit te hoeven horen. HOOFDSTUK 7: eindelijk ‘morgen’ En toen was het dan ‘morgen’. Vrijdag. Vervroegde Black Friday?. Ze waren vroeg wakker, nog voor de wekker afging, en het huis voelde vreemd stil en zelfs de katten jammerden niet om hun eten. Terwijl Anna door het huis liep, keek ze naar de laatste spulletjes die ze klaar had gelegd om mee te nemen naar de Veluwe. Ze moest ook nog alles opruimen in huis, want de oppas zou komen logeren om voor de dieren te zorgen. Drukke morgen dus… Ze zette koffie, bakte een ei en smeerde brood voor Fred. De stilte werd alleen doorbroken door het zachte tikken van nagels op de vloer van de kat die naar Fred liep en op schoot sprong. Altijd behulpzaam om te troosten… Ze probeerden wat te eten, maar het smaakte naar karton en bleef half onaangeroerd op de borden liggen. Anna legde haar bestek neer en zuchtte. "Nou, goed ontbijt voor de vogels dan maar," zei ze, en met een flauwe glimlach pakte ze het laatste stukje appeltaart uit de koelkast en spoot er een grote klodder slagroom op. Drukte er 2 vorkjes in zette het tussen hun in.. "Zo… dit zal beter smaken..” Toen het tijd was, pakten ze de rolstoelfiets, deden de rugzak om en trokken hun dikke jassen, mutsen en handschoenen aan. Het was koud… net zo koud als zij zich voelden op dat moment. Buiten sneed de kou in hun gezicht terwijl ze zwijgend op de fiets stapten en de vrolijke wijsjes die normaliter gefloten werden vanaf achterlinie bleven uit vandaag. De stilte tussen hen was geladen, maar ook vertrouwd, alsof ze samen een onuitgesproken afspraak hadden gemaakt: ze zouden dit samen doorstaan, zonder te veel woorden. Zoals altijd reden ze gewoon met de fiets het ziekenhuis binnen. De weg naar de Poortweg 8 leek langer dan normaal. In de spreekkamer ging de specialist gelijk van start. Hij wond er geen doekjes om en dat was eigenlijk toch fijn. Al dat ontwijkende gedoe hadden ze ook geen zin in. De woorden “ongeneeslijk” en “agressief” hingen zwaar in de lucht, echo’s die de ruimte vulden. Dan ineens is het echt. Ook Üal hadden ze het zelf al aangevoeld, misschien, maar het hardop horen maakte het zo echt, zo koud. ‘Hoe lang nog’ spookte door hun hoofd maar om het te vragen ging weer net te ver… er is gewoon altijd te weinig tijd. Na het ziekenhuisbezoek was er niet veel te zeggen. Ze gingen naar huis, pakten de laatste spullen in, en reden meteen door naar de Veluwe. De zoon van Anna en zijn hond ging met hen mee, een geruststellende aanwezigheid zonder woorden. Het voelde als een vlucht, een ontsnapping, weg van het ziekenhuis, weg van die dreigende woorden die nu als een wolk boven hen hingen. Het gehuurde huisje op de heide, Hooge Heide, stond stil en onveranderd op hen te wachten. Het was oud, vol verhalen, en gaf hun een warmte die nu zo welkom was. Ze stapten binnen, voelden de rust. Het was als een warme jas die past, een plek geeft aan iedereen die daar ooit was. Anna en haar zoon gingen snel nog even op pad met de hond om de nachtcamera nog voor het donker op te hangen. “Misschien filmen we vanavond wel een wolf,” zei ze tegen Chris met een knipoog. “Die heeft natuurlijk allang gehoord dat wij hier zijn.” “Ja” zei Chris, “die gekke hond blaft alles bij elkaar. Hij is zo blij dat hij hier niet aan de lijn hoeft en in alle bultjes bladeren mag duiken. Wat is het toch een blij ei”. Terwijl Anna en Chris in de schemering over de heide liepen, bleef Fred achter in het huisje. Hij haalde diep adem en liet de stilte op zich inwerken. Het idee dat dit misschien de laatste keer was, had zich als een vastgeroeste gedachte in zijn hoofd genesteld. Hij wil niet verder denken dan nu, niet verder dan dit weekend op de Veluwe, niet verder dan… ja wat? Zware vragen waar hij over een poosje een antwoord op moet geven zweven door de lucht. Maar nu niet… Na het eten, toen het helemaal donker was, zaten ze weer onder hun vertrouwde elektrische dekentje, een warmtecamera in de aanslag om af en toe de grote stille heide af te struinen. Hier is geen televisie en Lotte en de kerstfilms lijken iets uit een andere dimensie. Fred voelde de leegte, het gewicht van de dag, maar ook een vreemd soort rust. Hij keek opzij naar Anna, haar blik op haar schermpje gericht een verhaaltje typend. Voor een moment voelde het alsof woorden overbodig waren, alsof alles wat er te zeggen was allang gezegd was in die stilte tussen hen. Anna pakte zijn hand en gaf er een zacht kneepje in. Zonder te kijken fluisterde ze: “Samen, gaat 't lukken?” Fred knikte, zijn blik nog steeds op het zachte schemerlicht in de kamer. Hij kneep terug en zei zacht, bijna onhoorbaar: “Ja. Samen.” Na een moment keek Fred haar aan, een klein glimlachje om zijn mond. “Maar luister, als dit ‘samen’ betekent dat ik elke dag die mislukte butterchicken-soep moet eten, dan wordt het nog een uitdaging, hoor.” Anna grijnsde en trok haar hand terug, zogenaamd beledigd. “Nou ja zeg, onuitstaanbare patiënt!” Ze schudde haar hoofd lachend en liet haar hand weer in de zijne vallen. Ze zaten zo samen, lachend om de flauwigheid en de stilte die volgde, een beetje opgelucht dat het nu gevuld was met iets lichts en voelden ze zich voor heel even sterk genoeg voor wat komen zou. Hoofdstuk 8: ROODKAPJE Het eerste licht van de ochtend gleed zachtjes door het raam en viel op het bed. Fred werd wakker en bleef nog even liggen, terwijl hij naar het uitzicht keek. De Veluwe lag er sprookjesachtig bij, de heide bedekt met een dunne laag mist die over de velden zweefde. Het zag eruit alsof de wereld voor een moment verstild was, gevangen in een droom. En toch voelde het ook anders, een tikkeltje grauwer, alsof zelfs het landschap iets met hem meedeelde. De mist lag als een zachte waas over de bomen en de velden, net zo troebel als zijn gedachten op dat moment. Naast hem voelde hij Anna zich uitrekken, nog niet helemaal wakker. Vannacht waren “de nachtelijke plaksessies” weer het gebruikelijk kleverig ritueel en ook verstoring van de broodnodige rust. Dus een beetje uitslapen in het oude huis met zijn vele verborgen verhalen en zijn helende koestering is fijn. Niemand wacht, geen deuren openen voor de verzorging om 8 uur s morgens en geen vroege koffiedrinkersbezoek. Chris is al vroeg met zijn hond op ‘wolvenjacht’ gegaan. Er is nu alleen stilte… Fred haalde diep adem en keek weer naar het uitzicht. Het was mooi, maar anders. En op de een of andere manier precies wat hij nodig had om deze dag te beginnen. Na een tijdje besloot Fred zich los te trekken uit zijn gedachten. Het was ochtend, en met dat landschap voor hem kon hij moeilijk volhouden dat alles alleen maar somber en zwaar was. Hij draaide zich naar Anna, die bezig was koffie te zetten, haar schouders recht, haar blik vastberaden. Het was alsof ze allebei tegelijk hadden besloten: Nu is het maar eens klaar met dat sombere gedoe. Toen Chris met de hond moe en hongerig terug kwamen van hun lange wandeling, zonder iets wolvigs te hebben gezien, namen ze plaats voor het ontbijt. Anna smeerde een cracker en keek opzij naar Fred. “Kijk,” zei ze met een schuin lachje, “het enige dat nu anders is, is dat we het weten. Verder is er niks veranderd. Niets anders dan gisteren, of vorige week.” Fred knikte langzaam, haar woorden door zich heen laten gaan. Hij staarde even in zijn koffiekop, alsof hij het antwoord daar kon vinden. Wanneer ben je eigenlijk ziek? Hij vroeg het zich hardop af. “Ben je pas ziek als je het weet? Of als je pijn hebt? Of als een scan je vertelt dat je ziek bent?” Anna haalde haar schouders op en glimlachte, een beetje uitdagend. “Misschien ben je pas ziek als je je ernaar gaat gedragen. Tot die tijd… zijn we gewoon onszelf.” Dat idee liet hem niet los. Misschien hoefde hij zich niet te laten definiëren door een diagnose. Misschien was hij alleen ziek als hij zich zo voelde. En vandaag? Vandaag zat hij aan de ontbijttafel, met een kop hete koffie en een broodje ham. Hij had geen pijn en dat was voor nu genoeg. Het voelde bevrijdend, bijna luchtig, alsof hij weer een beetje grip kreeg op zichzelf. Fred keek naar buiten, waar de ochtendmist langzaam optrok en vastberaden draaide hij zich naar Anna om en zei: “Laten we gaan fietsen. Dat geeft altijd energie en maakt je hoofd lekker leeg. En laten we eerlijk zijn, dat kunnen we wel gebruiken.” Anna knikte instemmend, maar wierp een blik op de ingrediënten die ze voor de soep had klaargelegd. “Eerst soep maken,” zei ze, terwijl ze de groenten begon te snijden. “De staafmixer is niet mee, dus alles moet in kleine stukjes. Zie het als mijn dagelijkse meditatie.” Fred grinnikte. Hij keek naar de berg groenten die steeds kleiner werd onder haar mes. “Misschien moet ik je vaker zonder staafmixer laten koken, dan blijft het tenminste spannend of we een soep of een salade krijgen.” Met een brede grijns riep Anna over haar schouder: “Pas maar op, voor je het weet is het soep met extra stukjes.” Niet lang daarna zaten ze op de fiets, de koude lucht sneed door hun jassen, maar de frisse energie voelde goed. Ze trapten stevig door richting Epe voor een paar boodschapjes, dwars door het bos, omringd door de kleuren van de herfst. Het gebied was prachtig, en even voelden ze zich helemaal los van alles wat hen bezig had gehouden. “Als het uitzicht mooier wordt dan mijn conditie aankan,” hijgde Fred lachend, “dan wil ik misschien toch die scootmobiel gaan overwegen.” Anna schoot in de lach. “Mooi niet, je hebt een fiets én een soep met extra stukjes, wat wil je nog meer?” Ze fietsten verder, lachend en genietend van de rust om hen heen. Fris en fruitig kwamen ze weer bij het huisje binnenrollen waar Chris de bank voor het raam had geschoven en in alle rust naar buiten keek op zoek naar het wild wat maar niet langs wilde komen. Zelfs de energieke hond was moegespeeld in de bladeren en van het springen door het heideveld en was in een ver dromenland. Maar al snel moesten ze toch weer naar buiten, de wildcamera moest opnieuw opgehangen worden. Chris trok zijn jas aan en gaf Anna een veelbetekenende blik. “Denk je dat het ons lukt om dit keer iets anders dan onze eigen schaduwen te filmen?” Anna grinnikte en knikte. “Wie weet hebben we deze keer geluk. Misschien trekt dat gekke huilen van jouw hond de hele roedel wolven wel aan”. Ze liepen door de schemering naar de rand van het bos om de camera een nieuwe plek te geven. De bomen stonden stil en donker om hen heen, hun schaduwen strekten zich uit over het pad alsof ze deel waren van een eeuwenoud sprookje. “Kijk,” fluisterde ze met een knipoog, “misschien zijn wij wel het wild dat hier gespot wordt.” Chris grijnsde breed en knikte richting de donkere bosrand. “Die wolf daar denkt nu vast: kijk, een hond met twee humans erbij... net als in Roodkapje. Wat een feestmaal.” Anna lachte en gaf hem een speelse duw. “Ja, hoor, en wij lopen zeker ook al van het pad af, hè? Jij en je Roodkapje-verhalen.” Chris haalde zijn schouders op, alsof hij zich niets beters kon voorstellen. “Als we maar geen mandje met koekjes bij ons hebben, komt het goed,” zei hij droog. Thuisgekomen hadden ze een eenvoudige beslissing genomen: het avondeten zou bestaan uit kaasfondue. “Als we toch een beetje vakantie houden,” zei Anna met een grijns, “dan kan een flinke pan gesmolten kaas er ook nog wel bij.” Fred deed zijn best om er serieus bij te kijken, maar de glinstering in zijn ogen verraadde zijn enthousiasme. “Een avondje vol overgave aan kaas? Nu ben ik gelukkig,” zei hij, terwijl hij zijn stokbrood in de dampende fondue doopte. Met dat beeld gingen ze de avond weer in, vol tevredenheid en een vleugje humor, genietend van de eenvoudige momenten die hun wereld weer even licht en warm maakten. HOOFDSTUK 9: GENIETEN De avond viel zacht over de Veluwe, en Fred en Anna zaten samen op de bank, gehuld in de warmte van het elektrische dekentje. Ze hadden een wisselende dag achter de rug, eentje waarin de kleine dingen centraal stonden. Ze waren begin van de middag op de fiets gestapt voor een tocht door de bossen, langs de heide die, ondanks dat al het paars veranderd was in bruin, een geweldig uitzicht bood. De wolven zouden in de buurt van een graf van Buys Ballot zijn en dat moesten ze natuurlijk zelf zien… dus kriskras door het veld, langs te smalle offroad paadjes en hobbelende blubber weggetjes zijn ze weer flink hun fiets gaan testen. Alleen een lupus canis familiaris gespot en ook nog van steen… De tocht was prachtig, maar voor Fred ook vermoeiend; eenmaal thuis was hij op de bank in slaap gevallen, terwijl Anna in haar eigen wereld was gedoken met klei en verf, haar gedachten omzettend in vormen en kleuren. Chris en Anna waren later op de middag met de fiets op pad gegaan, op zoek naar de “Big Five” van de Veluwe. Gewapend met verrekijker en warmtecamera waren ze door het bos gesjeest, maar na een 2 uur hadden ze alleen een enkele vogel gespot. De tocht was fantastisch. Aan het eind bijna pikkedonker en het was zoo stil in het bos. De stilte was stiller dan stil. Ze waren lachend teruggekomen, Anna licht teleurgesteld dat hun safari maar weinig had opgeleverd. Toen ze vanuit het tuinhuis met de warmtecamera keken, zat hun ‘eigen hert’ wel weer op zijn vaste stekkie in het veld. Toch nog iets van wild. De afgelopen nacht hadden ze de wildcamera opnieuw opgehangen, hopend op mooie beelden maar ook daar stond niets op. Voor vannacht heeft Chris een plekje gezocht achterin het veld. Vlakbij het ‘huishert’. Nu zaten Fred en Anna samen in de stilte, en de berichten en wensen van vrienden en familie gingen door hun hoofd. Iedereen leek het ze op het hart te drukken: Geniet! "Als iemand dat nog een keer zegt ga ik gillen" zei Anna. “Ze zeggen steeds dat we moeten genieten,” zei Fred, terwijl hij met een glimlach zijn schouders ophaalde. “Maar wat bedoelen ze daar eigenlijk mee? Wat is ‘veel genieten’? Of nog gekker: 'flink genieten'? Anna keek hem aan en knikte langzaam. “Ja, alsof genieten iets is wat je gewoon in een overdosis kunt doen,” zei ze. “Ik bedoel, er is geen knop die ik kan omzetten voor ‘extra veel genieten’. En eerlijk, moet ik dan nu dubbel zo hard van een kop koffie of een boswandeling genieten?” Fred grijnsde. “Precies! Alsof ik mijn zintuigen moet aanscherpen en alles bewust moet ervaren – ruiken, proeven, voelen. Straks moet ik nog een dagboek bijhouden: ‘Vandaag heb ik precies 37% extra genoten van de zonsopgang.’” Anna schoot in de lach. “Of een checklist afwerken: boswandeling – genoten, kop koffie – genoten, zonsondergang – dubbel genoten. Alsof genieten iets is wat je kunt afvinken.” Ze zaten even stil, de woorden overdenkend. Anna haalde diep adem. “Misschien is het meer… rust vinden in wat er is,” zei ze zacht. “Genieten is niet altijd dat groots en meeslepends, maar gewoon even dit… samen zijn, zonder dat er iets moet.” Fred glimlachte en kneep zachtjes in haar hand. “Ja,” zei hij, “misschien moeten we gewoon elke dag iets kleins opmerken en dat genoeg laten zijn. Het hoeft geen evenement te worden. “Nou, laten we dan maar eens genieten van het feit dat we niet hoeven te ‘genieten’,” zei Fred met een glimlach. HOOFDSTUK 10: ANNA Weer thuis, een paar dagen na het weekend op de Veluwe, voelde alles net iets te stil. Het gewone leven ging verder, met werken, opruimen, schoonmaken, en al die kleine dingen die de dagen vullen. Maar voor Anna was deze week zwaarder dan ze had verwacht. De spanning leek zich nu ook fysiek te vertalen: pijntjes in haar spieren, verkrampingen in haar maag, en een zeurende hoofdpijn die zich maar moeilijk liet negeren. Ze wist dat het waarschijnlijk het gevolg was van alles wat er gebeurde, maar dat maakte het niet minder frustrerend. Fred probeerde haar op te vrolijken, maar zelfs hij zag dat het de laatste dagen moeilijker voor haar was. Toch vond hij een manier om haar te laten glimlachen, zoals altijd. Toen ze een stapel kaartjes en appjes aan het lezen waren, steunbetuigingen die als warme woorden binnenkwamen, had Fred droog opgemerkt: “Nou, dat is dan tenminste één voordeel. Als het leven nog niet zo lullig is om je à la minute de nek om te draaien, krijg je tenminste nog de tijd om al die lieve dingen over jezelf te horen.” Anna had hem met een flauwe grijns aangekeken. “Je weet dat je dat alleen kunt zeggen omdat ik te moe ben om je een trap onder de tafel te geven, hè?” Maar ze moest toch lachen, zelfs door haar hoofdpijn. Gelukkig waren er ook andere lichtpuntjes. Haar vriendinnen… wat moest ze zonder hun… Nina, een van haar oudste vriendinnen, kwam langs met een luisterend oor. “Ik weet niet wat ik moet zeggen,” zei ze, “maar ik wilde gewoon dat je weet dat ik er ben.” Die simpele woorden, samen met hun gegrinnik om Fred's droge opmerkingen over de situatie en de komische beschrijving van het tegenwoordige leventje van haarzelf maakten dat het allemaal wat luchtiger werd. Later die week had Anna een thee- en chocoladeavond met Lisa. Een tafel vol theekopjes, bergen chocolade, en Lisa’s schitterende verhalen over kunst en creativiteit maakten dat Anna zich even helemaal op iets anders kon richten. “Thee en chocola, dat is mijn therapie,” had Lisa gezegd, en Anna kon niet anders dan haar gelijk geven. Het waren zulke momenten die het verschil maakten, hoe klein ze ook leken. Ondertussen stroomden de afspraken binnen. Brieven met datum en tijdstip voor bloedonderzoeken en hét gesprek met de oncoloog. Het voelde alsof het leven opnieuw in schema’s werd gedrukt, alsof een onzichtbare hand hun agenda overnam. Het zwaard van Damocles hing opnieuw dreigend boven hen, en hoewel ze wisten dat het eraan zat te komen, voelde het toch weer alsof ze opnieuw in een draaikolk werden gegooid. “Misschien moeten we ook gewoon een agenda voor leuke dingen maken,” zei Anna, terwijl ze de zoveelste afspraak in haar volle agenda noteerde. “Iets om die stomme afspraken mee te compenseren.” Fred knikte en trok een denkbeeldige lijst in de lucht. “Agenda voor leuke dingen: fietsen, samen kunst maken, musea, lekker eten, soep maken zonder staafmixer, kerstfilms en jou overhalen om eindelijk mee te doen aan mijn professionele niksdoenplan." Anna schudde lachend haar hoofd. “Als dat mijn toekomst is, dan weet ik niet of ik wel wil genieten,” grapte ze terug. De dagen kabbelden verder, met drukke momenten die de leegte doorbraken en stiltes die hen telkens weer inhaalden. Ondanks alles vonden ze samen een balans in de chaos. Fred bleef zijn grapjes maken, en Anna deed haar best om de fysieke en emotionele zwaarte van de week een plek te geven. Het was zwaar, maar samen vonden ze steeds weer een manier om door te gaan, soms met een lach, soms met een traan, maar altijd samen en met hulp van de mensen om hen heen… HOOFDSTUK 11: NIEMANDSLAND… Fred zat bij het raam, zijn blik gericht op de wereld buiten. De regen tikte zachtjes tegen het glas, een eindeloze stroom van koude druppels die in natte sneeuw overgingen zodra ze de grond raakten. Het gras was verzadigd, donkere plassen vormden zich op de kale plekken in de tuin, en de kersenboom en pereboom stonden als stille, drassige wachters in de grijze lucht. De kou leek door alles heen te sijpelen, tot in het huis, tot in zijn botten. Hij voelde zich leeg. Niet het soort leegte dat je krijgt na een lange dag, maar een diepe, zware leegte die zich niet laat vullen. Zelfs zijn grapjes, zijn trouwe metgezellen, hebben hem verlaten. Hij veegde met een hand langs zijn gezicht, maar de tranen waren onvermijdelijk. Ze kwamen stil, zonder drama, maar ze bleven komen, diep binnenin hem, alsof de regen buiten een echo in hem had gevonden. Het was alsof hij vastzat in een soort niemandsland. Tussen vorige week vrijdag, met de harde woorden van de specialist, en morgen, de afspraak bij de oncoloog. Hij weet niet wat morgen zal brengen, maar het wachten is als een eindeloze rotonde. Er is niets anders te doen dan zitten en proberen het uit te houden. Op de achtergrond staat de tv aan, Videoland speelt onafgebroken ‘Lotte’ af. Fred kan de stemmen inmiddels dromen, het eindeloze liefdesgedoe en drama dat dag na dag voorbij flitst. Hij had al meer afleveringen van Lotte gezien dan hij ooit had gedacht te kunnen verdragen, maar vreemd genoeg hielp het. Het leven van een ander, met andermans problemen, trok hem heel even uit zijn eigen hoofd. Het is net luchtig genoeg om te kunnen blijven hangen en net dramatisch genoeg om af te leiden. “Als je er over nadenkt, heeft die Lotte ook best een ellendig leven,” mompelde hij een keer tegen Anna. “Maar ja, als zij uit de set stapt is het weer over. Zou bij ons ook fijn zijn.” Anna, die op dat moment door de keuken schuifelde met een kop thee, glimlachte zwakjes. “Nou, als we de complete serie hebben afgekeken voor sinterklaas, dan weten we in elk geval genoeg van vreselijkheid en intriges om ons boek te verfilmen.” Anna liep door het huis, maar Fred zag aan haar dat ze ook niet lekker ging. Ze had het altijd druk met iets, alsof ze zichzelf wilde afleiden, maar haar ogen verraadden de spanning. Haar schouders hingen lager dan normaal, en ze zuchtte vaker dan anders. Toch keek ze af en toe naar hem, haar blik zacht, alsof ze hem probeerde te vertellen dat ze het begreep zonder woorden. “Het is morgen pas,” zei ze uiteindelijk, terwijl ze bij hem kwam zitten. Haar stem was zacht, maar ook moe. “We moeten nog een nacht door.” Fred knikte zwijgend, zijn blik nog steeds naar buiten gericht. Het landschap voelde net zo onbeweeglijk als hijzelf. Alles wachtte, alles was stil, behalve de regen, af en toe hagelstenen en de perikelen van Lotte op de achtergrond. Ze zaten naast elkaar, zwijgend, en keken naar de wereld achter het raam. Het wachten was zwaar, maar het was alles wat ze konden doen. ‘Doodvermoeiend’ zegt Fred, een poging toch nog een grapje te maken… Hoofdstuk 12: FONTEINSTRAAT 20 De ochtend begon anders. Toen Fred en Anna wakker werden, keken ze uit het raam en zagen een witte wereld. Een dikke laag sneeuw had alles bedekt en het was stil, alsof zelfs de wereld even zijn adem inhield, alsof de natuur had besloten iets van schoonheid te leggen over een dag die zo zwaar voelde. “Mooi,” zei Anna zacht, terwijl ze naar buiten staarde. De gebruikelijke ochtendrituelen lieten de tijd voorbij gaan en voordat ze het wisten was het tijd te gaan. Ze pakten de rolstoelfiets en gingen op weg, dik aangekleed compleet met pinopak, als eskimo’s tegen de kou, natte sneeuw die onderweg op hen neerdwarrelde. De rit naar het ziekenhuis was ijzig koud, met alleen het spetterende en glijdende kraken van de banden over de besneeuwde fietspaden als achtergrondgeluid. Ze spraken nauwelijks, allebei verloren in hun gedachten. Bij aankomst fietsten ze zo weer met fiets en al naar binnen door de draaideur. "Nou," zei Fred droog, "linksaf en nummer 20… dat is dan de laatste Fonteinstraat die we nog niet hebben bezocht. Compleet album.” Binnen op de afdeling oncologie hing een warme sfeer die haaks stond op de koude buitenwereld. De zitplekken waren comfortabel, de sfeerlampen verspreidden een zacht, troostend licht, en een vriendelijke vrijwilliger kwam met thee, koffie en koekjes. Fred en Anna zaten samen in een hoekje, hun handen om de warme mokken geklemd, terwijl ze in stilte wachtten. Toen kwam hun nummer op het schermpje FB nogwat, en samen liepen ze naar kamertje 7. Daar stond een jonge arts op hen te wachten, zijn glimlach beleefd, zijn stem kalm. Anna keek naar hem terwijl hij begon te praten. Zijn mond bewoog, woorden kwamen eruit, maar het leek alsof ze de betekenis niet meteen oppikte. Het voelde alsof ze naar een slecht afgestemde radio luisterde. In plaats daarvan dwaalden haar gedachten af. Wat een vrouwenhanden heeft hij, dacht ze. Geen tuinman in elk geval. “Anna?” Freds stem haalde haar terug naar het moment. Ze keek naar de arts, die haar nu even aankeek, maar zich daarna weer volledig op Fred richtte. “Niks meer aan te doen. Een paar maanden. Als je nog op reis wil, dan liever morgen. Bestraling bij pijn. Palliatieve zorg. Advies. Bellen volgende week nog wel even. Bla bla bla bla bla…” De woorden kwamen hard binnen. Anna’s keel werd droog. Wat zei hij nou eigenlijk? Een paar maanden? Dit was geen normale zin. Dit was geen normaal gesprek. Ineens was Anna bezig de fiets weer om te keren en reden ze nummer 20 weer uit… WTF was dit…Het klonk alsof iemand een deadline op Fred's leven had gezet, een klok die was gaan tikken zonder dat hij daar om had gevraagd. Na het gesprek gingen ze naar het restaurant in het ziekenhuis. Ze waren moe, koud en vooral leeg. Fred bestelde een kom soep en een broodje gezond… “Zou het helpen?” vroeg hij zacht, terwijl hij in de soep roerde. De eerste appjes gingen de ether in, naar familie en vrienden. De zakelijke kant van slechte nieuws werd op de automatische piloot afgehandeld. Lang leve de app. Gewoon berichtje kopiëren en iedereen die er toe doet is op de hoogte. Geen lange gesprekken en zielige blikken. Toen ze het restaurant en het ziekenhuis weer door de grote draaideur verlieten was de natte sneeuw over gegaan in stevige regen, het leek niets te weten van wat er in dat kamertje was gebeurd. Op de terugweg stopten ze bij de supermarkt en Anna rende even snel naar binnen voor noodzakelijke boodschappen voor moeilijke tijden: ze vulde snel een mandje met chocola, heel veel chocola, een liter chocolademelk en een bus slagroom. “Dat móet wel helpen.” dacht Anna bij de kassa. Thuis, met het elektrische dekentje aan en de chocolademelk dampend in hun mokken, kropen de poezen weer op schoot. Dit was een beetje troost. De warmte deed goed, de dag was zwaar geweest. Toch voelde het alsof ze voor een moment weer adem konden halen. Misschien was dat voorlopig alles wat ze konden doen. HOoFDSTUK 13: Fred zat in zijn vertrouwde stoel voor het raam, een halflege kop koffie naast zich op de vensterbank. Buiten was het stil en grijs, de bomen bewogen nauwelijks in de koude wind. Hij wachtte. De telefoon lag op de armleuning, klaar voor de afspraak met de oncoloog. Tijd kroop voorbij, alsof de minuten zich met tegenzin lieten meetellen. Weer een belangrijke stap, weer een moment dat hem dichter bracht bij het einde. Anna liep stil door het huis, af en toe een blik op hem werpend. Ze wist hoe zwaar dit wachten hem viel, hoe elke afspraak, elke beslissing hem confronteerde met wat kwam. Niet alleen de oncoloog stond op de agenda, maar ook gesprekken met de begrafenisondernemer en de huisarts over euthanasie. Het waren onderwerpen die in hun leven leken te horen, maar ze voelden zo onwerkelijk, alsof ze in een vreemde film waren beland. De telefoon ging. Fred ademde diep in en nam op en zette de telefoon op de speaker. Anna keek vanuit de keuken toe, haar handen rustend op het aanrecht, alsof ze zich eraan vast moest houden. Fred's stem was laag, rustig, terwijl hij luisterde naar wat de oncoloog zei. De man aan de telefoon draaide zijn praatje af en was al lang blij dat het geen emotionele toestand was. De belangrijke vragen werden gesteld en na de vraag of er nog vragen waren hing hij op met de woorden ‘sterkte’... Fred legde zijn telefoon langzaam op de leuning neer, zuchtte diep, starend naar het raam. “Hij draagt alles over aan de huisarts,” zei hij uiteindelijk, zonder zich om te draaien. Zijn stem klonk vlak. “Het is nu officieel. Alles wat er nog is, gaat via de huisarts. Hij zei het echt… dit wordt mijn laatste kerst.” Anna kwam bij hem zitten, haar hand zachtjes op zijn arm. Ze slikte, haar keel droog. “Het is veel, hè,” zei ze zacht. Fred draaide zich eindelijk naar haar om, een kleine glimlach om zijn mond. “Nou ja,” zei hij met een schuin lachje, “dan zorg ik wel dat ik dit keer níét hoef te doen alsof ik die kerstliedjes leuk vind. En al die verplichte eetfestijnen? Die slaan we ook over! Ik mag dit jaar gewoon helemaal zelf bepalen hoe het gaat.” Anna grijnsde, ondanks de tranen in haar ogen. “O ja? Dus stamppot met een kaarsje erbij? Of patat op een kerstbordje? Alles in joggingbroek, met ongekamde haren en kerstsokken aan?” Fred grinnikte. “En als toetje chocolademousse uit een plastic bakje. Dit jaar ga ik écht voor stijl.” Anna lachte hardop en schudde haar hoofd. “En jij noemt dat kerst? Weet je wat? Dan trekken we het dekentje erbij en doen we kerst aan op bank. Ik zing hooguit Stille Nacht als ik zie dat je weer in slaap valt.” Fred leunde achterover en grijnsde breed. “Deal. Het klinkt als de beste kerst ooit.” Die middag zaten ze samen op de bank, dicht tegen elkaar aan onder hun vertrouwde elektrische dekentje. Anna staarde naar buiten, terwijl Fred met zijn vingers speelde met de rand van het dekentje. “Dus,” begon hij, “wat gaan we nog fietsen? Rome, Parijs?” Anna knikte, haar stem serieus maar zacht. “Als je echt maar een paar maanden hebt, moet het wel haalbaar zijn. Misschien… misschien is samen fietsen gewoon genoeg. Het hoeft geen groot avontuur te worden.” Maar haar ogen begonnen weer te glimmen terwijl ze de woorden uitsprak. “Maar stel je voor, Fred... toch die Romeplannen. Nog één keer een geweldige tocht maken. Eerst Rome zien, dan sterven… dat klinkt toch als een soort Hollywoodfilm.” Fred trok een wenkbrauw op en keek haar met een schuine glimlach aan. “Ja, maar in mijn versie overleeft de held wél. Misschien moeten we Rome overslaan, gewoon voor de zekerheid.” Anna schoot in de lach. “Oké, laten we de titel aanpassen: Eerst Parijs zien, dan nog heel lang leven. Klinkt dat beter?” Fred knikte bedachtzaam. “Minder dramatisch, maar ik zie de voordelen. Of wat dacht je van de kustroute? Eerst de zee zien, dan weer heel veel chocola eten. Dat klinkt pas echt haalbaar.” “Of we blijven thuis en kijken hoe ver we komen op de hometrainer,” grapte Anna, terwijl ze een kussen naar hem gooide. Ze lachte en leunde achterover op de bank. “Misschien is dat het: geen grootse avonturen, gewoon samen fietsen, chocola, en wie weet, een pizza onder een elektrisch dekentje” Fred grijnsde. “Deal. En wat er ook gebeurt, ik beloof dat ik niet sterf in Rome. Of Parijs. Of bij de kust. Dat zou het hele plan verpesten.” Ze keken elkaar aan en lachten, met dat typische soort humor dat hen altijd weer even terugbracht naar het nu, een plek waar alles lichter voelde. Anna grinnikte nog na, maar haar gezicht werd serieuzer. “Fred… als je echt maar een paar maanden hebt, wat staat er dan op jouw bucketlist? Echte dingen, niet flauwekul.” Fred dacht even na. “Nou, ik ga niet bungeejumpen en ik hoef ook niet per se aan een parachute te hangen. Maar musea, gekke films kijken en in de natuur zijn… dat wil ik nog wel. Samen op pad. Waar dan ook heen.” “Meer niet?” vroeg Anna, haar stem zacht. Fred haalde zijn schouders op. “Liefst rust en tijd met jou. Wat we nu doen, hier op de bank, dat is eigenlijk al genoeg.” Ze zaten nog even zo, luisterend naar de regen die zachtjes tegen het raam tikte. Het leven voelde anders, alsof ze in een andere dimensie leefden, een wereld waar alles tegelijk belangrijk en betekenisloos leek. Elke week lijkt een eeuwigheid en toch vliegt de tijd voorbij Maar ze wisten één ding zeker: wat er ook zou komen, samen fietsen, ergens naartoe, zou altijd op de lijst staan. Hoofdstuk 14: AMARYLISSEN EN KUNST De dagen rijgen zich aaneen. Alles gaat door, maar niets voelt hetzelfde. Zelfs de gewone dingen zoals werken, opruimen, bezoekjes, hebben een andere lading gekregen. Ze doen alles bewuster, alsof ze bang zijn iets over het hoofd te zien. De tijd drukt harder, maar voelt ook zachter. Hun woorden, hun aanrakingen, zelfs het stofzuigen, alles heeft een soort betekenis die het daarvoor niet had. En toch zijn er momenten waarop het hen ineens overvalt. Anna had het deze week zwaar. De spanning in haar lijf liet zich voelen: verkrampte spieren, een knoop in haar maag die niet los wilde laten, en een vermoeidheid die ze niet kende. Op een ochtend, toen ze voor de zoveelste keer een paracetamol pakte, besloot ze de huisarts te bellen. “Ik moet gewoon even sparren,” zei ze tegen Fred. “Laten we hopen dat hij een toverstokje heeft voor mij zodat ik in elk geval stevig op de been blijf. Ik kan zijn advies wel gebruiken.” Na haar afspraak kwam Anna thuis met een iets opgeluchtere blik. “Hij zei dat ik mezelf moet toestaan om moe te zijn,” vertelde ze, terwijl ze haar schoenen uitschopte en haar jas aan de kapstok hing. “Maar ik weet niet of ik dat kan. ADHD, PTSS en nu een TAT…” Fred keek op van zijn stoel. “Een wat?” “Een TAT,” zei Anna met een dramatische zucht. “Tekort Aan Tijd. Heel beperkend, hoor!” Fred grijnsde breed. “Moe zijn is makkelijk, joh. Ik ben er al jaren goed in. Moet ik je even laten zien hoe het werkt?” Nog geen tien minuten later lagen ze samen onder hun elektrische dekentje, hun vaste schuilplaats deze dagen. Op de tv speelde weer een mierzoete kerstfilm, het soort dat steevast eindigt met een sneeuwballengevecht en een voorspelbare zoen. “Happy end gegarandeerd,” mompelde Fred, terwijl hij naar het scherm knikte. “Ze maken die dingen echt voor ons.” Anna glimlachte, haar hoofd tegen zijn schouder. Buiten was het koud en donker, maar binnen brandden de lampjes van de lange rij huisjes van de Postcodeloterij gezellig op de vensterbank. Het was donker, ja, maar het licht was er ook. Samen wisten ze dat wel te vinden. Ondertussen probeerde Anna ondanks alles iets van de Sinterklaastijd te maken. Ze regelde een baardlichtjes-Piet die onverwacht bij Fred aan de deur stond met een cadeau. Fred keek verbaasd op toen hij achterom binnen liep, zijn blik gleed langs de flikkerende baardlampjes. “Nou, wat kom jij nou weer doen?” vroeg hij met een grijns, terwijl hij zijn favoriete bezorger herkende. “Special delivery,” zei de Piet met een overdreven knik, terwijl hij een pakje overhandigde. “En ik heb ook nog een jute zak vol pillen, mocht u daar interesse in hebben.” Fred schoot in de lach. “Nou, stop die maar lekker in je …. schoen.” Anna, die vanuit de keuken toekeek, glimlachte breed. Het was maar een klein gebaar, maar precies genoeg om een vleugje Sinterklaasvreugde terug te brengen in hun huis. Ondertussen hielden praktische zaken hen bezig. Fred en Anna besloten dat het tijd was om alles rond te maken voor de toekomst. “Laten we alles afhandelen voordat we verdergaan,” zei Fred, terwijl hij zijn agenda opensloeg. “Dan ligt alles vast, en hoeven we daarna niet meer te piekeren.” De huisarts kwam langs om over euthanasie te praten. Het was een serieus gesprek, maar Fred kon het niet laten om af en toe een grapje te maken. “Dus,” begon hij met een schuine glimlach, “als ik straks zeg dat ik het niet meer trek, mag ik dan eerst nog een toetje? Of is dat geen onderdeel van het protocol?” De huisarts schoot in de lach en schudde haar hoofd. “Nou, officieel niet,” zei ze, “maar ik zal kijken wat ik voor je kan regelen. Moet het chocolademousse zijn?” Fred grijnsde breed. “Absoluut. Liefst met slagroom, anders voelt het niet officieel.” Anna rolde met haar ogen, maar er zat een glimlach op haar gezicht. De huisarts keek hen even beiden aan, haar blik warm en begripvol. “Ik ben blij dat jullie zo open kunnen praten,” zei ze. “Dat maakt alles wat makkelijker, voor ons allemaal. Hopelijk duurt het nog een hele tijd, maar weet dat we er voor je zijn wanneer het nodig is.” Fred knikte, zijn gezicht weer serieus. “Het is fijn om te weten dat ik die keuze heb. Maar euh, die chocolademousse... die kan ik al eerder inzetten, toch?” De drie lachten samen, en hoewel het allemaal zwaar was, voelde het gesprek toch lichter door de humor die de kamer vulde. Maar niet alles was serieus en zwaar. De plannen voor een fietstocht begonnen vorm te krijgen. “Wat dacht je van Parijs via de Van Gogh-route?” stelde Anna voor. “Dan kunnen we daarna verder naar het zuiden afzakken, als het allemaal lukt. Het is daar in elk geval warmer. Over de Alpen naar Rome lijkt me in de winter een slecht plan. Tenzij je van ijskoud afzien houdt.” Fred grinnikte. “Nee, bedankt. Ik wil mijn tenen wel meenemen naar Rome. En Parijs klinkt goed. We zijn allebei gek op kunst, toch?” “Als ze maar chocolademousse hebben,” zei Anna met een grijns. “Dat is jouw enige echte kunstvorm.” Het gesprek nam een andere wending toen Fred ineens zei: “Ik wil iets van kunst achterlaten op deze wereld.” Anna keek op, haar hoofd een beetje schuin. “Kunst? Wat voor kunst?” “Een muurschildering,” zei Fred, alsof het al een uitgemaakte zaak was. Anna’s radertjes begonnen te draaien en ze was niet meer te stoppen. In de tijd dat Fred weer even moest bijkomen van alle dagelijkse beslommeringen en de duizeligheid die de laatste tijd meer de kop op steekt gaat Anna aan de slag… Binnen een dag waren de plannen ontploft in hun hoofden. De gemeente was betrokken, een kunstenares werd gebeld, en voor ze het wisten ontstond er iets fantastisch. Het voelde alsof ze per ongeluk een creatief veld hadden aangeprikt dat al op springen stond. “Dit wordt geweldig,” zei Anna, haar ogen glinsterend. “Een blijvende herinnering. Maar ook een stukje positiviteit voor iedereen. Wat een mooi idee”. Ondertussen stapelden de amaryllissen zich letterlijk op. Iedereen leek er een mee te nemen, alsof de bloemen de zwaarte van hun situatie wat lichter moeten maken. Fred grinnikte elke keer als er een nieuwe bij kwam. “Als dit zo doorgaat, moeten we ze in rijen van drie opstellen. We kunnen hier straks een bloementuin beginnen.” De bloemen, de muurschildering, de fietstocht, het waren allemaal dingen die hen hielpen om de zwaarte van dit moment aan te kunnen. Kleine lichtpuntjes die het donker wat minder donker maakten. En dat, wisten ze, was alles wat ze nodig hadden. Hoofdstuk 14: AMARYLISSEN EN KUNST De dagen rijgen zich aaneen. Alles gaat door, maar niets voelt hetzelfde. Zelfs de gewone dingen zoals werken, opruimen, bezoekjes, hebben een andere lading gekregen. Ze doen alles bewuster, alsof ze bang zijn iets over het hoofd te zien. De tijd drukt harder, maar voelt ook zachter. Hun woorden, hun aanrakingen, zelfs het stofzuigen, alles heeft een soort betekenis die het daarvoor niet had. En toch zijn er momenten waarop het hen ineens overvalt. Anna had het deze week zwaar. De spanning in haar lijf liet zich voelen: verkrampte spieren, een knoop in haar maag die niet los wilde laten, en een vermoeidheid die ze niet kende. Op een ochtend, toen ze voor de zoveelste keer een paracetamol pakte, besloot ze de huisarts te bellen. “Ik moet gewoon even sparren,” zei ze tegen Fred. “Laten we hopen dat hij een toverstokje heeft voor mij zodat ik in elk geval stevig op de been blijf. Ik kan zijn advies wel gebruiken.” Na haar afspraak kwam Anna thuis met een iets opgeluchtere blik. “Hij zei dat ik mezelf moet toestaan om moe te zijn,” vertelde ze, terwijl ze haar schoenen uitschopte en haar jas aan de kapstok hing. “Maar ik weet niet of ik dat kan. ADHD, PTSS en nu een TAT…” Fred keek op van zijn stoel. “Een wat?” “Een TAT,” zei Anna met een dramatische zucht. “Tekort Aan Tijd. Heel beperkend, hoor!” Fred grijnsde breed. “Moe zijn is makkelijk, joh. Ik ben er al jaren goed in. Moet ik je even laten zien hoe het werkt?” Nog geen tien minuten later lagen ze samen onder hun elektrische dekentje, hun vaste schuilplaats deze dagen. Op de tv speelde weer een mierzoete kerstfilm, het soort dat steevast eindigt met een sneeuwballengevecht en een voorspelbare zoen. “Happy end gegarandeerd,” mompelde Fred, terwijl hij naar het scherm knikte. “Ze maken die dingen echt voor ons.” Anna glimlachte, haar hoofd tegen zijn schouder. Buiten was het koud en donker, maar binnen brandden de lampjes van de lange rij huisjes van de Postcodeloterij gezellig op de vensterbank. Het was donker, ja, maar het licht was er ook. Samen wisten ze dat wel te vinden. Ondertussen probeerde Anna ondanks alles iets van de Sinterklaastijd te maken. Ze regelde een baardlichtjes-Piet die onverwacht bij Fred aan de deur stond met een cadeau. Fred keek verbaasd op toen hij achterom binnen liep, zijn blik gleed langs de flikkerende baardlampjes. “Nou, wat kom jij nou weer doen?” vroeg hij met een grijns, terwijl hij zijn favoriete bezorger herkende. “Special delivery,” zei de Piet met een overdreven knik, terwijl hij een pakje overhandigde. “En ik heb ook nog een jute zak vol pillen, mocht u daar interesse in hebben.” Fred schoot in de lach. “Nou, stop die maar lekker in je …. schoen.” Anna, die vanuit de keuken toekeek, glimlachte breed. Het was maar een klein gebaar, maar precies genoeg om een vleugje Sinterklaasvreugde terug te brengen in hun huis. Ondertussen hielden praktische zaken hen bezig. Fred en Anna besloten dat het tijd was om alles rond te maken voor de toekomst. “Laten we alles afhandelen voordat we verdergaan,” zei Fred, terwijl hij zijn agenda opensloeg. “Dan ligt alles vast, en hoeven we daarna niet meer te piekeren.” De huisarts kwam langs om over euthanasie te praten. Het was een serieus gesprek, maar Fred kon het niet laten om af en toe een grapje te maken. “Dus,” begon hij met een schuine glimlach, “als ik straks zeg dat ik het niet meer trek, mag ik dan eerst nog een toetje? Of is dat geen onderdeel van het protocol?” De huisarts schoot in de lach en schudde haar hoofd. “Nou, officieel niet,” zei ze, “maar ik zal kijken wat ik voor je kan regelen. Moet het chocolademousse zijn?” Fred grijnsde breed. “Absoluut. Liefst met slagroom, anders voelt het niet officieel.” Anna rolde met haar ogen, maar er zat een glimlach op haar gezicht. De huisarts keek hen even beiden aan, haar blik warm en begripvol. “Ik ben blij dat jullie zo open kunnen praten,” zei ze. “Dat maakt alles wat makkelijker, voor ons allemaal. Hopelijk duurt het nog een hele tijd, maar weet dat we er voor je zijn wanneer het nodig is.” Fred knikte, zijn gezicht weer serieus. “Het is fijn om te weten dat ik die keuze heb. Maar euh, die chocolademousse... die kan ik al eerder inzetten, toch?” De drie lachten samen, en hoewel het allemaal zwaar was, voelde het gesprek toch lichter door de humor die de kamer vulde. Maar niet alles was serieus en zwaar. De plannen voor een fietstocht begonnen vorm te krijgen. “Wat dacht je van Parijs via de Van Gogh-route?” stelde Anna voor. “Dan kunnen we daarna verder naar het zuiden afzakken, als het allemaal lukt. Het is daar in elk geval warmer. Over de Alpen naar Rome lijkt me in de winter een slecht plan. Tenzij je van ijskoud afzien houdt.” Fred grinnikte. “Nee, bedankt. Ik wil mijn tenen wel meenemen naar Rome. En Parijs klinkt goed. We zijn allebei gek op kunst, toch?” “Als ze maar chocolademousse hebben,” zei Anna met een grijns. “Dat is jouw enige echte kunstvorm.” Het gesprek nam een andere wending toen Fred ineens zei: “Ik wil iets van kunst achterlaten op deze wereld.” Anna keek op, haar hoofd een beetje schuin. “Kunst? Wat voor kunst?” “Een muurschildering,” zei Fred, alsof het al een uitgemaakte zaak was. Anna’s radertjes begonnen te draaien en ze was niet meer te stoppen. In de tijd dat Fred weer even moest bijkomen van alle dagelijkse beslommeringen en de duizeligheid die de laatste tijd meer de kop op steekt gaat Anna aan de slag… Binnen een dag waren de plannen ontploft in hun hoofden. De gemeente was betrokken, een kunstenares werd gebeld, en voor ze het wisten ontstond er iets fantastisch. Het voelde alsof ze per ongeluk een creatief veld hadden aangeprikt dat al op springen stond. “Dit wordt geweldig,” zei Anna, haar ogen glinsterend. “Een blijvende herinnering. Maar ook een stukje positiviteit voor iedereen. Wat een mooi idee”. Ondertussen stapelden de amaryllissen zich letterlijk op. Iedereen leek er een mee te nemen, alsof de bloemen de zwaarte van hun situatie wat lichter moeten maken. Fred grinnikte elke keer als er een nieuwe bij kwam. “Als dit zo doorgaat, moeten we ze in rijen van drie opstellen. We kunnen hier straks een bloementuin beginnen.” De bloemen, de muurschildering, de fietstocht, het waren allemaal dingen die hen hielpen om de zwaarte van dit moment aan te kunnen. Kleine lichtpuntjes die het donker wat minder donker maakten. En dat, wisten ze, was alles wat ze nodig hadden Hoofdstuk 15 VAN KERSTBOOM VIA UITVAART NAAR LOURDES Dr. Tinus was uitgekeken. Letterlijk. Ze hadden de serie tot de laatste aflevering uitgemolken, verdwenen in het leven van de autistische dokter. Maar nu was de serie voorbij, en met de leegte op het scherm kwam ook een nieuwe vraag: wat nu? Even wat series bekeken maar nog niks gevonden. Niets was verdovend genoeg voor de ziel. “Losse kerstfilms dan maar?” stelde Anna voor, terwijl ze de afstandsbediening van tafel pakte. Het waren weer de voorspelbare verhalen, maar juist dat was precies wat ze nodig hadden. Even geen verrassingen, alleen zekerheid dat alles goed zou komen, al was het maar op het scherm. Ondertussen kreeg het huis ook langzaam een kerstmake-over. Ze hadden een boom gehaald, een grote groene reus, met kluit, die ze bijna niet door de voordeur kregen. “Als hij blijft hangen, knippen we de deur eruit,” grapte Fred. Boven op zolder werden oude dozen met kerstspullen van onder een dikke laag stof gehaald. Slingers, lichtjes, een vergeeld kerstengeltje, alles kwam naar beneden. Veel herinneringen kwamen voorbij bij het uitpakken. Herinneringen aan voorgaande zorgeloze kerstdagen. Anna streek met haar vingers langs een van de oude kerstvogeltjes die ze uit een stoffige doos had gehaald. Het was een klein, broos ding, met verbleekte veertjes en een klemmetje dat nauwelijks meer werkte. Ze zette het voorzichtig in de boom, naast een paar andere vogels. “Die zijn voor mij en de jongens,” zei ze zacht, meer tegen zichzelf dan tegen Fred. “ ik hou van deze vogeltjes. Elk jaar moesten ze in de boom, anders was het geen kerst. Net als het hartje bovenop de top, liefde over de wereld” Fred keek op van de lichtjes die hij probeerde te ontwarren. “Ik heb ook een favoriet, weet je.” Hij pakte een bal met een patroon van ruitjes en hield die triomfantelijk omhoog. “De Schotse bal. Het enige wat me doet denken aan Schotland… Die bal is al een halve eeuw oud, net als mijn fascinatie.” Ze haalde nog een ornament uit de doos: een kleine glazen hond, met een speelse houding en een glimmend strikje om zijn nek. Ze hield hem even vast, haar blik zacht. “Die is voor Skido,” zei ze uiteindelijk. "Die al jaren niet meer bij mij is". Fred knikte, “mooi” zei hij. “En die andere is voor Djinx” terwijl hij naar een glanzende bal wees met een foto van een jonge hond erop. Anna glimlachte. “Die bal heb ik speciaal laten maken. Onze boom is een halve dierentuin.” “Maar wel een mooie dierentuin,” zei Fred, terwijl hij de bal in een stevige tak hing. De oude versieringen brachten meer dan alleen licht in de boom. Ze brachten verhalen, herinneringen die kleefden aan het glas, het hout en de veertjes. Voor Anna voelde het alsof haar moeder nog steeds een hand had in hoe de boom eruit moest zien, zelfs jaren later. Ze deed een stap achteruit, bekeek het geheel en glimlachte. “Het is geen perfecte boom, maar het is wel ónze boom.” In de afgelopen dagen gingen ook de ideeën rond het kunstproject sky high. Het kunstproject, dat eerst zo’n mooi en eenvoudig idee leek, begon nu meer op een bureaucratisch mijnenveld te lijken. De locatie, nog geheim, bleek misschien wel eigendom te zijn van een bedrijf die het niet zomaar wilde toestaan dat erop geschilderd zou worden. Anna zat aan de keukentafel met de telefoon tegen haar oor en een notitieboekje vol krabbels voor zich. “Ja, ik begrijp het,” zei ze voor de derde keer die middag. “Maar weet u misschien wie ik daarvoor kan bellen?” Fred keek op van zijn tablet. “Als dit zo doorgaat, schilder ik mijn naam wel in grote letters op een viaduct. Dan hebben we in ieder geval iets kunstzinnigs.” Anna grinnikte en legde de telefoon neer. “Laten we proberen het officieel te houden, meneer Graffiti-kunstenaar.” De gemeente had zelfs een alternatieve locatie voorgesteld, maar die voelde niet goed. Ze wisten allebei dat ze het juiste plekje al hadden gevonden. Nu was het wachten op een mail van de juiste persoon om groen licht te krijgen. “Wat een gedoe,” zuchtte Anna. Fred glimlachte. “Maar als… dan maken we er iets fantastisch van.” Verder was het ook een serieuze week. De begrafenisondernemer kwam langs. Het gesprek was zwaar en confronterend, maar de vrouw wist de sfeer te verzachten met haar warme persoonlijkheid en een goed gevoel voor humor. “Als ik iemand mijn eigen begrafenis zou laten regelen, zou ik haar kiezen,” zei Fred met een knipoog toen ze weg was. Ze hadden het gehad over alles wat erbij komt kijken: de kaart, de muziek, zelfs een gedicht voor op de kaart. Het waren woorden die hen allebei emotioneerden. Toen ze klaar waren, keek Fred naar Anna en zei: “Goed. Dat is geregeld. Nu kunnen we ons richten op wat echt belangrijk is. Fietsen.” De plannen voor de tocht werden steeds concreter. Het zou Lourdes worden, maar niet rechtstreeks. Ze zouden vanuit huis vertrekken, of misschien vanaf een mooie locatie in Groningen, hun beider geboorteplaats. De route zou kriskras door Nederland lopen, langs plekken die Fred nog wilde zien. “Misschien een testfase,” zei Anna, terwijl ze een kaart op tafel legde. “We kijken eerst hoe het gaat in de winter, met onze beperkingen en de rolstoelfiets of de tandem-trike. Langzaam richting Maastricht. Als dat goed gaat, kunnen we verder.” Fred knikte. “Maar een tent slaan we over dit keer. We hebben al moeite genoeg om al die dikke winterkleding mee te nemen. Dat wordt dus een karretje erachter”. “Dus,” begon Anna, “kamperen is geen optie. En we hebben een warm onderkomen nodig, iets betaalbaars waar ik je ook een beetje fatsoenlijk kan verzorgen.” Ze zuchtte. “En uit eten zit er ook niet echt in. Of je moet zin hebben in een constant dieet van patat en goedkope pizza.” Fred keek op van zijn telefoon. “Nou, ik hoop dat Gaston of Winston nog even langskomt met een prijsje. Dan gebruiken we dat op de route naar Lourdes.” Hij grijnsde. “Een villa langs de weg, mét jacuzzi, klinkt ineens heel aantrekkelijk en elke dag heerlijk uit eten” Anna schudde lachend haar hoofd. “Gaston brengt geen villa’s. En Winston komt hooguit met een stuk chocola of een theeglas.” Ze prikte met haar pen op de kaart. “Misschien vinden we gewoon goedkope hotelletjes of herbergen waar we op een brandertje een maaltijd in elkaar kunnen flansen. Een soort nomadisch huiskamerleven.” Anna lachte, maar haar blik ontspande toen ze naar de kaart keek. “We maken het gewoon simpel. Warmte, rust, en een plek waar we even samen kunnen zijn. Dat is alles wat we nodig hebben.” Fred knikte. “Dat, en een beetje creativiteit met die brander. Misschien kunnen we pasta koken in een hotelwaterkoker. Wacht maar af, dat wordt een hit op TikTok.” Met dat beeld, een reis vol eenvoudige kamers, improvisaties, en veel gekke maaltijden, voelde de tocht naar Lourdes ineens een stukje dichterbij. Het zou niet perfect zijn, maar dat was het ook niet nodig. De kosmos zal het wel regelen… “Lourdes of niet,” zei Fred zacht, "Het gaat om de reis. En samen.” Wel een btje lang dit keer... 🫣 Hoofdstuk 16 ROLLEND NAAR DE KERST… De dagen kabbelden voort, gevuld met een mix van gewone dingen en grote plannen. Het werk vroeg aandacht, net als de dagelijkse verplichtingen die soms meer energie vroegen dan ze konden geven. Fred en Anna gingen door, zoals ze dat altijd hadden gedaan. Boodschappen werden gehaald, mailtjes beantwoord, afspraken ingepland. En toch, terwijl het leven bijna weer voelde als voorheen, hing er een onzichtbare spanning in de lucht. Een soort achtergrondruis dat zich niet liet wegdraaien. Soms, tijdens een gewone dag, schoot er ineens een gedachte door Anna heen. Als een onverwachte schok, een flits die de adrenaline liet ontploffen in haar lijf. “Is dit de laatste 21 december, de laatste midwinter?" dacht Anna, terwijl ze clientenafspraken in haar agenda invulde. Ze keek op naar Fred, die in zijn stoel zat en naar buiten staarde. “Is dit de laatste kerst?” dacht ze… De vragen kwamen niet met antwoorden, alleen met een zwaar, beklemmend gevoel. De wereld draaide door, alsof er niets aan de hand was. Maar voor hen stond alles stil. Of misschien juist niet. Misschien ging het te snel… Fred zuchtte en legde zijn telefoon aan de kant. “Denk je dat het echt zo is?” vroeg hij, zijn stem zacht. Anna wist meteen wat hij bedoelde. “Dat dit de laatste keer is?” zei ze. Ze haalde haar schouders op en keek naar de boom, die prachtig vol lichtjes stond te stralen. “Ik weet het niet. Maar het voelt alsof we de tijd willen rekken. Alsof we alles willen vastpakken en niet meer loslaten.” Fred knikte langzaam. “Ik heb altijd gedacht dat je het kon veranderen. Dat als je maar hard genoeg probeerde, je het kon rekken. Maar dat is natuurlijk onzin.” Ze vielen even stil. Buiten kleurde de lucht al voorzichtig donkerder al was het nog maar 4 uur. De eerste lampen gingen aan in de straat. Het huis voelde warm, gevuld met het licht van de boom en de gezellige rommel van een leven dat doorging. Maar toch... dat gevoel. Dat gevoel van ‘laatste keren’... Later die avond zaten ze samen op de bank, met hun vertrouwde elektrische dekentje over zich heen. Fred keek naar de kerstboom en glimlachte flauwtjes. “Weet je,” zei hij, “ik heb nooit zoveel gehad met kerst. Maar nu lijkt het toch ineens ‘iets’ te zijn.” Anna knikte. “Het is alsof elke kleine traditie belangrijker wordt. De vogeltjes in de boom, de lichtjes... zelfs die rare Schotse kerstbal van jou.” Ze gaf hem een elleboogstootje maar zuchtte zacht. Fred keek op. “Wat zit je nou zo moeilijk te kijken?” Anna twijfelde even. “Ik vraag me gewoon af… moeten we niet toch iets proberen? Iets buiten het ziekenhuis? Er moet toch iemand zijn op de wereld die je beter kan maken?” Fred grinnikte. “Als ze ergens chocola en slagroom voorschrijven, sta ik morgen op de stoep.” Hij keek haar even aan en werd serieuzer. “Maar echt, wat zou jij doen als je mij was?” Anna haalde haar schouders op. “Waarschijnlijk compleet hysterisch worden. Alles bij elkaar schreeuwen en dan naar elke hocus pocus grijpen die er is.” Ze glimlachte zwak. “Maar jij… jij blijft gewoon ‘gewoon’, gewoon jezelf. Dat is zo stoer. Mijn dappere Dodo, mijn stoere fietsmaatje” Ze zaten daar in de stilte van de avond, terwijl de wereld doorging en de tijd zich niets aantrok van hun gedachten. Het leven ging bijna zoals altijd, maar het voelde alsof ze voortdurend in twee werelden leefden: die van nu en die van straks. Ze waren tegelijk hier en daar… Later die week stond er weer een ziekenhuisbezoek op de planning, deze keer naar de internist, degene die alle uitslagen en degelijke verzamelde en aanspreekpunt was. De sfeer was beladen en toch ook berustend. Anna vroeg zich stilletjes af of dit misschien een soort afscheid was. Afscheid van het ziekenhuis, alle onderzoeken… de kaart is vol, alle nummertjes van het ziekenhuis waren afgestreept… ‘bingo’... De internist nam uitgebreid de tijd. Hij legde alles rustig uit, van de scans tot de onderzoeken, en sprak in heldere maar serieuze bewoordingen. Maar een oplossing had hij niet, ook niet om hen meer tijd te geven, helaas. Toen alles besproken was, keek hij hen even aan en zei: “Als jullie nog willen fietsen, is het verstandig om snel te vertrekken. Januari zou echt het beste zijn. Liever koud en fit dan warmer en ziek ” Anna keek naar Fred, die kort knikte, zijn gezicht kalm, alsof hij het nieuws al had zien aankomen. Die moedige cowboy… Toen ze later samen het ziekenhuis uitfietsten, met oliebol, hing er een stilte tussen hen. Fred keek voor zich uit, en Anna wist dat hij hetzelfde dacht als zij: Pffieuw… het wordt nu echt. Toen ze thuiskwamen, wachtte er onverwacht goed nieuws. Een e-mail van Stichting De Gouden Schakel bracht een juichkreet van Anna uit de keuken die chocolademelk aan het maken was. Ze hadden een mooi bedrag toegekend gekregen om te helpen met de kosten van de reis, iets wat de tocht naar Lourdes ineens een stuk minder onzeker maakte. “Wauw,” zei Fred, terwijl hij aan kwam lopen en over haar schouder meelas. “We zitten in de goede stroom, hè? Alles lijkt ineens samen te vallen, hulp komt van alle kanten. Wat is dat ontzettend gaaf. Je zou bijna weer vertrouwen in de mensheid gaan krijgen… maar laten we het niet te gek maken.” Anna lachte. “Nee, straks verwacht je dat de buren ook nog chocola komen brengen.” Fred knikte ernstig. “Nu je het zegt, dat klinkt niet verkeerd. Misschien moet ik even een hint laten vallen.” Maar het gesprek draaide al snel terug naar de vraag of ze nog iets moesten ondernemen tegen de kanker. “Je bent toch al uitbehandeld,” zei Anna zacht, terwijl ze naar Fred keek. Fred haalde zijn schouders op. “Ja, maar mijn vriendinnen zeggen steeds dat ik die Germaanse geneeskunde moet proberen. Misschien moeten we gewoon een gesprek aanvragen. Anna glimlachte. “En we bestellen dan ook die zuurzakbladeren voor thee. Surinaamse hocus pocus, wie weet helpt het.” Fred grinnikte. “Misschien moet ik het gewoon allemaal proberen. Ik bedoel, alle beetjes helpen. Wat heb ik te verliezen?” “Nou,” zei Anna terwijl ze hem een blik toewierp, “je bent in elk geval fitter door mijn ochtendslowjuicerdrankjes. Ik zweer het je, die wortel-gembermix doet iets.” Fred rolde met zijn ogen, maar er speelde een glimlach om zijn lippen. “Dat geloof ik meteen. Misschien moet ik die Germaanse geneeskunde toch maar een kans geven, al is het maar om te kunnen zeggen dat ik alles heb geprobeerd.” Omdat Anna merkte hoe belangrijk vriendschappen waren, vooral in moeilijke tijden, besloot ze iets te organiseren om samen met een paar dierbare vrouwen te ontspannen, zonder Fred. Hij ging met Robin, zijn trouwe kerstelfje, op pad om bijzondere foto's te gaan maken. Het werd een thee-avond. Een eenvoudige opzet: een tafel vol thee, chocola, en een rustige sfeer. Het was fijn om even te zitten en te praten, over praktische zaken, emoties, en hoe je met het leven omgaat. Maar Anna wilde meer. Ze wilde dat de avond ook iets zou brengen, iets dat hen zou verbinden en een moment van rust bood. “Wat als we gaan tekenen?” stelde Anna voor. “Gewoon iets kleins. Streepjes, rondjes, kleuren. Het hoeft nergens op te lijken, het gaat alleen om het doen.” De andere vrouwen keken haar even aan, en toen begonnen ze te glimlachen. “Waarom niet?” zei iemand. Anna pakte potloden en papier en legde ze op tafel en iedereen kreeg een woord waar ze iets mee konden doen… Aarzelend begonnen ze, maar al snel zaten ze allemaal geconcentreerd te werken. Streepjes en cirkels verschenen op het papier, kleine vormen die zich vulden met kleuren. Het voelde meditatief, bijna kinderlijk in zijn eenvoud, en dat maakte het juist zo fijn. “Dit is eigenlijk heerlijk,” zei een van de vrouwen. “Ik heb dit al jaren niet meer gedaan.” Anna glimlachte terwijl ze haar potlood over het papier liet glijden. Het voelde alsof haar gedachten even stiller werden, alsof ze een beetje ademruimte vond in de chaos van haar dagelijks leven. “Soms is het goed om iets te doen dat nergens op hoeft te lijken. Gewoon om weer even bij jezelf te komen.” Het was maar een klein idee, maar het had een grote impact. Die avond voelde Anna de kracht van vriendschap, creativiteit, en de simpele vreugde van iets maken zonder druk of verwachtingen. Het gaf haar precies wat ze nodig had om door te gaan. De plannen voor januari werden steeds concreter. Ze zouden écht vertrekken, ondanks alle spanning en de beren die ze op de weg zagen. Er waren zoveel dingen die nog geregeld moesten worden. Er waren zoveel meer onzekerheden dan zekerheden… Zou de oppasser voor het huis en de dieren wel kunnen zo snel? En alle medische beperkingen van Fred maar ook die van Anna. Zouden ze het wel aankunnen? Is het niet te koud? Het kunstproject, dat hen zo veel energie had gegeven, bleef vastlopen in bureaucratie. Met de feestdagen voor de deur was er weinig beweging in de zaak. Het wachten is op een mail waarin wordt verklaard van wie de te beschilderen muren zijn… “Tjonge jonge, wat is er nou moeilijk aan om een mail retour te sturen… En iedereen is nu vrij tot 6 januari,” mopperde Anna. “Dus voorlopig is het gewoon wachten.” Fred probeerde de omdenkmethode. “Dat betekent dat wij nu ook tijd hebben om ons op de fietstocht te richten. Nu alleen bezig met het huis opruimen, voorraden voor de dieren aanvullen, warme spullen verzamelen en nadenken over de route en vertrekdatum. Na 6 januari pakken we de rest weer op.” “Okee”, zucht Anna en ze begon maar eens weer haar eet/teken/klei/tafel leeg te ruimen… Een ander hoogtepunt was het bezoek van de ‘krantenman’. Hij was enthousiast over hun verhaal en bood aan te helpen op manieren die ze niet hadden verwacht. “Jullie tocht naar Lourdes en jullie plan voor het kunstwerk is niet alleen inspirerend,” zei hij, “het is ook een boodschap. Mensen hebben dit nodig.” Zijn woorden gaven hen extra kracht, alsof ze niet alleen hun eigen verhaal vertellen, maar ook iets voor anderen kunnen betekenen. Dat was een mooie gedachte en zo rolden ze samen naar de Kerst… Hoofdstuk 17: FIETSEND HET JAAR UIT... De kerstdagen waren weer voorbij. Ze hadden geprobeerd om ze vast te houden, om de klok als het ware te vertragen. Maar tijd is genadeloos, en net als alle andere dagen glipten ook deze tussen hun vingers door. Voor Anna voelde het zwaar. “Is dit de laatste kerst? De laatste keer dat we samen met alle lichtjes en kaarsen aan commentaar leveren op al die heerlijk voorspelbare kerstfilms?” Ze keek naar Fred, die nog steeds onder het elektrische dekentje lag. Hij nam een slokje van zijn koffie en staarde uit het raam. Hoe kan hij zo rustig zijn? vroeg Anna zich af en zei “Is dit het voor jou? Is dit hoe een laatste kerst zou moeten zijn? De laatste kerst, en je blijft gewoon zitten?” Fred keek haar aan, een scheve glimlach om zijn mond. “Wat moet ik doen? De kerstboom knuffelen? De kerstballen in mijn broekzak steken als souvenir?” Anna lachte, ondanks de brok in haar keel. “Nou, ik weet het niet. Misschien iets meer... gevoel? Iets meer... laatste-keer-drama? Hadden we het toch niet anders moeten aanpakken en meer moeten uitpakken?” Fred haalde zijn schouders op. “Lief, het is kerst. En ik ben hier. Dus voor mij is het goed. En trouwens,” hij wees naar de boom, “die Schotse bal van mij overleeft ons allemaal. Dus met die kerstspirit zit het echt wel goed.” Toch bleven de gedachten in Anna’s hoofd hangen. Was het genoeg geweest? Waren de dagen bewust beleefd, echt gevierd? Of waren ze voorbij gegaan in een waas van eten, plannen en dat vreemde gevoel van een klok die niet te stoppen is? Ze wilde het moment vasthouden, elk detail, elke lach, elk stukje van Fred dat ze nog had. Maar hoe langer ze probeerde vast te grijpen, hoe sneller de tijd leek te gaan. De kerstdagen waren begonnen met een onverwacht cadeau: een perfect georganiseerde kerstmaaltijd, volledig verzorgd door Anna’s jongens. Toen Anna had aangeboden om te helpen, werd ze resoluut naar de bank gestuurd. “Mam,” zei haar oudste zoon streng, “je mag niks doen. Dit is ons project. Jij gaat zitten en niks-doen. Ze noemen dat ‘genieten’.” “Aaaaaargh” zuchtte Anna. “Weer dat woord… genieten…hoe dan? “ Ze gaf zich toch over en nestelde zich onder het elektrische dekentje op de bank, terwijl ze toekeek hoe haar jongens de keuken in een strak tempo overnamen. Op de afzuigkap hingen briefjes met een nauwkeurige planning: “Oven voorverwarmen,16.40. Kip erin, 16.55. Groenten op het vuur, 17.10." Het leek wel alsof een professionele brigade haar keuken had overgenomen. Fred keek naar de briefjes, toen naar Anna, en grijnsde. “Zie je? Dit is hoe het moet. Het kan ook zonder chaos…” Anna rolde met haar ogen. “Het is eng hoe goed ze dit doen. Dat heb ik ze toch maar mooi bijgebracht”, zei ze grijnzend. De jongens werkten als een op elkaar ingewerkt team samen. De één sneed groenten, terwijl de ander alles in de schalen deed en in de oven zette. Toen het eten werd opgediend, was Anna sprakeloos. Perfect gebakken vlees, vis en vegetarische schotels compleet met knapperige groenten, salades en zelfs een huisgemaakte saus die er uitzag alsof hij zo uit een kookboek kwam. “Nou, wat vind je ervan, mam?” vroeg de jongste met een twinkeling in zijn ogen. Anna glimlachte van oor tot oor, haar stem klonk trots. “Ik vind het geweldig. Echt, jongens, dit is fantastisch. Ik ben zó trots op jullie.” Fred, die ondertussen al van alles op zijn bord had geschept, leunde even achterover en keek haar tevreden aan. “Ik zeg het je, dit doen we gewoon volgend jaar weer. Jij lekker op de bank, zij in de keuken. Perfect systeem.” Anna schudde lachend haar hoofd. “ Maar alleen als ze ook de afwas doen.” En even waren ze ‘het’ vergeten… even was er ‘gewoon’ kerst Na het eten kwamen de rest van de familie en vrienden langs voor de toetjesbijeenkomst. Omdat langdurig bezoek te zwaar was voor Fred, hadden ze dit jaar een korter alternatief bedacht. De tafel werd een kleurrijk geheel van tiramisu, chocolademousse, ijs, taartjes en indrukwekkend ruikende kaasjes. En als alle familie thuis had gegeten konden ze hier hun dessert halen. Fred keek naar de tafel en grijnsde. “Dit is hoe kerst hoort te zijn. Alleen toetjes. Geen stress, alleen suiker.” De avond was precies goed. Niet te lang, niet te druk, maar gevuld met warmte en gezelligheid. Terwijl de laatste bezoekers afscheid namen, keek Anna naar Fred en glimlachte. “Het was simpel, maar perfect. Precies zoals het goed was”. De route naar Lourdes begon steeds meer vorm te krijgen, ook al bleef die steeds veranderen. Fred en Anna zaten vaak samen aan tafel, kaarten en notities voor zich uitgespreid. “Wat dacht je van via de Ardennen?” stelde Anna voor. Fred haalde zijn schouders op. “Mooi, maar zwaar. Of we volgen gewoon de Maas, dat hebben we tenminste al eens gedaan en weten dat wedat kunnen fietsen.” Anna knikte langzaam. “Ja, in 2022. Toen we onderweg waren naar Santiago.” Ze glimlachte flauwtjes. “Maar we willen toch iets nieuws, iets anders?” Fred tikte met zijn pen op de kaart. “Misschien ‘langs oude wegen’. Of via Chartres? Jij wilde toch een nieuw muziekdoosje?” Anna lachte zachtjes. "Yes, nu met het liedje ‘voici les clés. Maar een goede route uitzoeken blijft lastig. Wat is goed te fietsen ook als er een meter sneeuw ligt...” En zo gingen de gesprekken heen en weer, zonder dat er iets definitiefs werd besloten. Wat vaststond, was het begin van de route in Nederland. 19 januari zal de de vertrekdatum worden. Ze starten in Groningen, waar een afspraak is gemaakt met een pastoor in de St. Jozefkathedraal voor een speciale inzegening voor als je op pelgrimstocht gaat. “Een beetje bescherming kunnen we wel gebruiken” zei Fred droog… “Toch trekt de Martinikerk ook,” zei Anna op een avond. “Het is echt het middelpunt van Groningen. Mijn ouders zijn daar getrouwd. Dat voelt... bijzonder.” Fred knikte. “Dan beginnen we gewoon daar… daarna het heilige water en daarna koffie in Haren, het karretje aankoppelen, en dan fietsen we ‘helemaal’ naar Assen.” Hij grijnsde. “Een wereldreis voor de eerste dag.” “Even wennen en het gevoel dat we van alles zijn vergeten, kwijtraken” zei Anna. “En trouwens, het Assermuseum staat nog op jouw lijstje van ‘te willen zien’. Die dag sluiten we af met de luxe van een hotelletje. Geen kampeerplek, geen geregel. Gewoon even loskomen van huis.” Fred glimlachte, maar Anna zag de vermoeidheid in zijn ogen. Ze wist dat hij worstelde met meer dan alleen fysieke klachten. Er was een onrust in hem die moeilijk te plaatsen was, een schaduw die hem soms overviel. Het was logisch. Zijn lichaam werkte tegen, de vermoeidheid was onvermijdelijk, en de dagelijkse “plaksessies” met zijn stoma’s vergden meer van hem dan hij liet merken. Anna merkte de laatste dagen dat Fred soms stil in zichzelf gekeerd was, alsof er iets was dat hij niet kon of wilde uitspreken. Ze zag de glinstering van verdriet in zijn blik, een leegte die zelfs hun plannen niet helemaal konden vullen. Ze probeerde hem af te leiden, met gesprekken over de tocht, met grapjes over het Project X, hun codenaam voor het kunstproject dat gekoppeld is aan het fietsen naar Lourdes, dat tijdelijk in de wacht staat vanwege bureaucratie. Maar sommige dingen laten zich niet wegdrukken. Anna had besloten om haar eigen beren op de weg aan te pakken. Ze had de laatste tijd al een beetje last van een overvol hoofd, maar sinds de plannen voor de tocht naar Lourdes concrete vormen aannamen, leek het alsof de beren zich alleen maar ophoopten. "Wat als het te koud is? Wat als ik het niet aan kan? Wat als die stoma’s maar los blijven laten midden in nergens?" Een vriendin stelde voor om een hypnotherapeut te bezoeken. "Misschien kan die je helpen om die beren weg te sturen," zei ze. Anna had haar wenkbrauwen opgetrokken, maar uiteindelijk toch een afspraak gemaakt. Het was de moeite waard om te proberen. Tijdens de sessie opperde Anna ineens zelf: “Waarom verander ik die beren niet in teddyberen? Die zijn zacht, vriendelijk en een mooie herinnering aan wat ik hebt overwonnen.” Anna kon een lach niet onderdrukken. “Dus in plaats van levensgrote gevaarlijke grizzly’s zie ik nu een teddybeer die me toejuicht vanaf de zijlijn” De hypnotherapeut glimlachte. “Fantastisch bedacht! En misschien kun je er zelfs eentje meenemen op de tocht, als symbool. Dan herinner je jezelf eraan dat de beren niet meer gevaarlijk zijn.” Toen ze het later vertelde aan Fred keek hij haar met opgetrokken wenkbrauwen aan. “Dus nu wil je een teddybeer meenemen op de fiets?” “Ja,” zei Anna, terwijl ze al bedacht waar ze die beer vandaan kon toveren. “Hij vertegenwoordigt mijn overwonnen angsten. En misschien kan hij ook een beetje als mascotte dienen.” Fred grijnsde. “Nou, ik zeg doen. Maar als die teddybeer onderweg een lekke band krijgt, laat ik hem achter.” “Hij hoeft niet te fietsen,” lachte Anna. “Hij zit gewoon voor op t stuur. Als een soort bewaker van de sfeer.” Fred schudde zijn hoofd. “Prima. Maar als hij begint te praten, slaap ik niet meer in dezelfde kamer.” Anna lachte voluit en keek naar het schattige pluchen beertje dat ze inmiddels uit de kast had gehaald. Voor het eerst in tijden voelde ze een klein stukje rust. De beren op de weg waren ineens niet meer zo groot, en bovendien best knuffelbaar geworden. Dan moest er natuurlijk ook getraind worden. De spiertjes en het uithoudingsvermogen moeten weer op peil om de koude tocht aan te kunnen, dus elke twee dagen staat er een lange fietstocht op de planning. Geen smoesjes, geen uitstel. Ook al was het koud, druilerig en mistig, de fiets werd gepakt. De kilometers moeten gevreten worden… Dikke thermokleding, dubbele sokken, mutsen, handschoenen. Ze leken meer op wandelende marshmallows dan op fanatieke fietsers. “Als ik nog één laag aantrek, pas ik niet meer op de fiets,” mopperde Fred, terwijl hij zijn jas dicht ritste. “En trouwens, hoe moet ik nog trappen met drie paar sokken aan en ik zie niks met die dikke muts half over m'n ogen." Maar ondanks alle bezwaren was het eigenlijk ontzettend leuk, luid zingend gingen ze in volle vaart over de fietspaden want er was toch niemand onderweg. “Zing gezellig mee”, zei Anna, “fietst een stuk makkelijker en geeft warmte Fred trok een wenkbrauw op. “Meezingen? Ik ben geen kerstkoor op wielen. “Laat mij maar gewoon trappen. Dit is onze warming-up voor het echte werk.” Toen ze thuiskwamen, hun wangen rood van de kou en hun voeten gevoelloos, zei Fred terwijl hij zijn muts afdeed: “Ik weet niet wat zwaarder is: de kilometers of al die kleding uit- en aantrekken." Anna lachte en zette een kop koffie voor hem neer. “Kleding. Absoluut kleding. Maar als we zo doorgaan, wordt de kans steeds groter dat we Lourdes gaan halen.” En zo telden ze de dagen af. Niet zonder zorgen, maar met een sprankje hoop dat de tocht hen zou brengen wat ze nodig hadden: momenten van verbinding, van schoonheid, en van afscheid dat geen einde hoefde te zijn. En je hebt een beetje waanzin nodig om geweldige dingen te doen… Hoofdstuk 18: GELUKKIG NIEUWJAAR! Oud en nieuw. Een moment van reflectie, van vooruitkijken, van het maken van plannen, wensen en goede voornemens. Het kijken naar de toekomst. Zoals elk jaar zaten Fred en Anna weer aan de grote tafel met een pot thee en oliebollen om een jaarlijkse wensbord te plakken en tekenen. Een vertrouwd, terugkerend ritueel op 31 december. Maar wat zet je op een wensbord als je weet dat je het jaar niet zult afmaken? Het was een vraag die Anna en Fred niet rechtstreeks stelden, maar die voelbaar in de lucht hing terwijl ze samen stukjes papier scheurden en opplakten. Fred hield een knipsel met een chocoladereep omhoog, zijn gezicht serieus. “Oké, hier is de mijne: ‘Zoveel mogelijk chocolade eten zonder schuldgevoel.’” Anna keek hem grinnikend aan. “Prima wens, als ik dan ook maar mag meegenieten van die chocola. Maar heb je ook diepzinnige plaatjes gevonden?” Fred haalde zijn schouders op. “Nou, niet echt en bovendien, wat zou jij opplakken in mijn situatie? Ik weet t echt niet dit jaar. Iets van ‘Wereldvrede’? Eindeloos leven?” Anna grijnsde en plakte iets op haar eigen papier. Ze hield het omhoog zodat Fred het kon lezen: Rust en verbinding. “Zie je” zei Fred. “Je bent veel te abstract. Ik bedoel, wat is verbinding eigenlijk? Is dat dat gevoel dat je wifi niet wegvalt?” Anna rolde met haar ogen. “Nee, het betekent... je verbonden voelen met de mensen om je heen. Dat je ergens een stukje van jezelf achterlaat.” Fred keek haar even aan en glimlachte. “Oké, dat is mooi. Maar ik hou vast aan mijn chocolade. Dat laat ook sporen na, weet je.” Anna lachte en plakte een volgende knipsel op het bord. Terwijl ze kijkt naar de woorden ‘mooie herinneringen’, vraagt ze zich af: wat onthoud je eigenlijk? Wat is écht belangrijk? En als je het eenmaal weet, wat doe je dan met die herinneringen? Ga je volgend jaar ‘herinneringen ophalen’? Waar vandaan? Uit je hoofd? Of uit het potje dat ze van haar vriendin heeft gekregen waarin mooie herinneringen kunnen worden opgeschreven? En er dan om janken? Alles is zo abstract. Fred is nog best fit al is t anders maar hoe kan je nu steeds denken dat hij dood gaat. Hij blijft gewoon leven en volgend jaar zitten we hier dan gewoon weer een wensbord te maken en stomme kerstfilms te kijken onder een dekentje… Ze staken samen sterretjes aan, dronken een glas wijn, en keken naar het vuurwerk in de verte. “Het is 2025,” zei Anna zacht, terwijl ze naar de vonken keek die de lucht in schoten. En wat zeg je dan tegen elkaar? Fred zuchtte. “Ja, nog een paar maanden te leven… min de maanden die al voorbij zijn. Dus hoe lang is een paar maanden eigenlijk?” Hij lachte flauw. Fred keek naar haar. “Ja, maar hoe leef je eigenlijk elke dag alsof het je laatste is? Het klinkt zo makkelijk, maar hoe doe je dat? 1x kan misschien maar dan volgende dag weer iedereen bellen, afscheid nemen? Elke dag spannende dingen doen? Hoe?” Ondertussen gingen de voorbereidingen voor de grote tocht door. Welke fiets moet mee? De rolstoelfiets of de meetraptandem? Er was voor beiden iets te zeggen, en de discussie laaide af en toe op. “De rolstoelfiets is comfortabeler voor jou,” zei Anna. “Ja, maar de meetraptandem is sneller,” antwoordde Fred. “En dan heb ik echt het gevoel zelf ook wat te doen. Dat ik echt zelf ‘naar de hemel fiets’... “. Naast de fietskeuze werd er volop getest: kleding, schoenen, beschermers tegen de regen en kou, oordoppen tegen lawaai en zelfs hoe de accu het zou doen in winterse temperaturen. Het was een soort experimentenprojekt, een puzzel om alles perfect te krijgen. “Als ik straks bevroren tenen krijg,” zei Fred, terwijl hij zijn dikke leren bergschoenen paste, “dan koop ik tóch verwarmde sokken.” Ondertussen ging het kunstproject, inmiddels Project X genoemd, door, al was het wachten op de bureaucratische molen. Het was nog geen 6 januari, dus geduld was een vereiste. Maar de doneerknop staat al live, en de titel voor de reis was definitief: ‘Fietsend naar de Hemel’. Fred zucht: "Ik vind het een mooie titel, dit past. En de eerste donaties zijn al binnen! Wat geweldig… Nu hopen dat we ook een beetje hemelse steun krijgen of misschien een paar vleugeltjes…" Ze hadden iemand ingehuurd om de sociale media op te pakken, met name TikTok en Instagram. “Ik snap daar niks van,” zei Anna “En jij ook niet Fred. Dus we moeten dit uitbesteden. Als we dat allemaal moeten uitzoeken dan komt er van fietsen niks meer.” Fred grijnsde. “We worden straks infietsuencers. Wacht maar.” Ook de website van de stichting kreeg een opfrisbeurt. Het voelde goed om te zien hoe alles samenkwam: de tocht, het kunstwerk, de mensen die hen steunden. Fred voelde zich de laatste tijd verrassend fit. Niet dat hij op volle kracht functioneerde, alles gebeurde op een lager pitje, maar er was genoeg energie om te trainen, te plannen en zelfs te lachen. Terwijl ze samen op de fiets zaten, dik ingepakt tegen de kou, riep Fred naar Anna: “Hoe gaan we dat straks eigenlijk doen, met al die kleding? Waar drogen we het onderweg?” Anna grinnikte. “Nou, op de bagagedrager natuurlijk. Dan kun jij door Frankrijk fietsen met je onderbroeken als vlag.” Fred lachte hardop. “Perfect. En als we regen krijgen, wassen ze zichzelf. Ik noem het: duurzaam reizen.” Ze schoten allebei in de lach en vrolijk kwamen ze thuis om zich weer over de kaarten op tafel te buigen. “Oké,” zei Anna, “laten we proberen eens een definitieve route te kiezen. Want als we nog meer opties erbij halen, komen we nooit weg.” Fred wees naar een lijn op de kaart. “De Van Goghroute? Mooie landschappen, kunst onderweg. Het past wel bij ons.” Anna fronste. “Mooie landschappen, ja, maar dat betekent ook heel veel smalle paden. Denk aan de brede fiets , straks zitten we vast of moeten we kilometers om.” Fred haalde zijn schouders op en gleed met zijn vinger naar een andere lijn. “Oké, dan wat bredere paden en via het Matisse-museum. ” “Vlaktes,” herhaalde Anna. “Met wind mee en lichte vorst met helder weer, dat klinkt verleidelijk. Maar wacht, hadden we niet ook gewoon een Lourdesroute? Maar ja, via de ardennen, en ik wil echt zo min mogelijk heuvels hoor…” Fred knikte. “Ja, die is het meest direct. Geen omwegen, gewoon rechtdoor. Maar eerlijk? Hoe vaak hebben we al niet een plan veranderd tijdens het fietsen?” Anna leunde achterover en keek hem aan. “Ik geef ons een dag onderweg voordat je een compleet nieuwe route bedenkt. Maar prima. Voor nu zetten we alles vast, en we zien wel waar de wind ons brengt.” De tocht kwam steeds dichterbij. De dagen gingen snel. Elke dag was een stap naar hun vertrek, en elke stap bracht hen dichter bij hun doel: samen fietsen naar de hemel, met een lach en een traan, en alles daartussenin.