Hoofdstuk 48 Reizen, rekenen en rusten
Chateaudun naar Vendome met de bus...
Na dagen van fietsen en onophoudelijke inspanning, kwamen er eindelijk twee dagen van relatieve rust.
Een welkome onderbreking van de eindeloze kilometers, de wind die soms tegenwerkte en de vermoeidheid die steeds zwaarder op hun schouders drukte.
Maar de rust begon met een afscheid.
Mark moest terug naar huis. Het moment dat hij zijn tas inpakte en de sleutels van de aanhanger overdroeg, hing er een brok in ieders keel. Fred keek hem aan, zijn stem iets zachter dan normaal.
"Het was geweldig dat je erbij was, Mark. Echt, zonder jou waren we niet zover gekomen."
Mark lachte, maar zijn ogen verraadden de emotie. "Jullie hebben het zelf gedaan. Ik was alleen maar de man met de bus."
Anna gaf hem een stevige knuffel. "Het gaat stil zijn zonder jouw verhalen en ideeën."
Met een laatste zwaai stapte Mark in zijn bus.
Fred en Anna kropen nog weer even in bed want het was nog donker buiten en de nieuwe bemanning van de bezemwagen liet nog even op zich wachten: Chris en Maartje, met de hond Djinx.
Maar rond het middaguur waren ze er dan toch. Djinx blafte vrolijk en snuffelde nieuwsgierig rond. Anna was dolblij hem weer te zien.
Ze laadden hun spullen over en stapten in de bus, op weg naar hun volgende overnachtingsplek.
In Châteaudun bleek er geen slaapplek te vinden, dus werd er een alternatief geregeld. Een busrit verder kwamen ze aan bij een plek waar iedereen een eigen bed had, en, belangrijker nog, waar de hond welkom was.
Onderweg reden ze langs een boulangerie.
"Stop! Dit moeten we vieren!" riep Anna enthousiast.
“Wat moeten we vieren”, bromt Chris
"Dat we een nieuwe etappe beginnen. Dat we een bed hebben. Dat de zon schijnt. Genoeg redenen, toch?"
Maartje en Anna stapten naar binnen en werden meteen omringd door de geur van versgebakken brood en zoetigheden. De vitrine glansde van de lekkernijen: fruitige taartjes, goudbruine muffins en iets wat eruitzag als een kruising tussen een donut en een croissant.
"We nemen het gewoon allemaal mee, ik ben te moe en kan niks weerstaan" zei Anna
Bij aankomst bij hun nieuwe slaapadres keek Anna bezorgd om zich heen.
"Is dit het?" vroeg ze. "Een drukke straat, nergens een parkeerplek voor de bus en de aanhanger..."
Fred haalde zijn schouders op. "We hebben gekkere plekken gehad, toch?"
Net toen ze zich begonnen af te vragen hoe dit zou werken, zwaaide een hek open. Achter de grauwe gevel ontvouwde zich een idyllische binnenplaats met kleine Franse huisjes, bedekt met klimop en omringd door bloeiende bloemetjes die net hun kleuren lieten zien na de winter. De geur van lelietjes-van-dalen hing zwaar in de lucht.
"Ooooh..." verzuchtte Anna. "Dit is fantastisch."
Ze koppelden de aanhanger los en duwden deze voorzichtig naar binnen en installeerden hem op de binnenplaats. De zon scheen warm en met een kop thee en hun zojuist gekochte gebakjes aan een grote houten tafel, voelden ze zich voor het eerst in dagen echt even op adem komen.
"Wat is dat?" vroeg Fred nieuwsgierig.
Maartje dacht even na en glimlachte."Une ‘santnut’. Een beetje van croissant en een beetje donut, het beste van twee werelden."
"Klinkt als onze reis," grinnikte Fred.
Fred nam een hap van zijn santnut en sloot zijn ogen. "Hier kan ik wel aan wennen."
Binnen bleken de kamers net zo bijzonder als de buitenkant. De muren waren beschilderd met kleurrijke taferelen, de meubels leken met zorg en creativiteit gemaakt.
"Dit is echt een kunstwerk," mompelde Chris terwijl hij een muurschildering bewonderde.
Fred had daar geen oog meer voor. Hij klom op bed, zuchtte diep en was binnen enkele seconden vertrokken in een diepe slaap.
De rest van de groep begon langzaam uit te pakken en te reorganiseren. Anna inspecteerde de plastic kistjes uit Nederland en pikte de dropjes er uit.
Chris liep met Djinx een inspectierondje door de binnentuin en Maartje zocht uit waar ze in het dorp wat konden eten.
"Er is een dorpswinkel om de hoek en een pizzabusje op het plein," meldde ze.
"Pizza," mijmerde Anna. "Dat klinkt als een uitstekend plan. En we hadden nog een echte pizza-tegoed van een volgster, ter compensatie van die mislukte panpizza."
Toen de dampende pizza 's avonds voor hun neus stond, keken ze elkaar even aan. "Wauw," zei Fred, terwijl hij het eerste stuk pakte. "Dit is serieus de beste pizza in weken."
Anna knikte, haar mond al vol. "Misschien wel ooit."
Pas halverwege realiseerden ze zich dat ze een foto hadden moeten maken. "Oeps," lachte Anna. "Nou ja, het was gewoon te lekker..."
En zo eindigde de dag in de rust van een klein Frans dorpje, waar de zorgen even wegspoelden met de thee, de heerlijke pizza, waar de geur van bloemen zich vermengde met de avondlucht en waar de nacht hen zachtjes omarmde.
Zelfs Djinx, die zich nog maar net had aangepast aan de nieuwe reisgenoten, rolde zich tevreden op op zijn kleed en viel in slaap.
De ochtend erna had een ontspannen ritme. Voor het eerst in lange tijd hoefde er niets direct te gebeuren. Geen gehaaste inpakroutines, geen modderige routes om te trotseren. Alles mocht. Niets moest.
's Morgens voor het ontbijt liet Anna aan Maartje rustig zien hoe de stomazorg bij Fred werkte. “Het went snel,” zei ze bemoedigend, terwijl Maartje met een nog ietwat slaperige blik toekeek. “En als je het eenmaal in de vingers hebt, ben ik officieel niet meer nodig.”
Fred trok een wenkbrauw op. "Nou, nou, zonder jou ben ik net een slecht ingepakte kadootje, alles plakt, maar niks blijft zitten."
Maartje grinnikte en knikte. “Komt helemaal goed. Geef me een dag of twee, en ik doe het met mijn ogen dicht.”
Anna liet een opgeluchte zucht ontsnappen. Wat een luxe, iemand die een deel van de zorg op zich nam. Misschien zou ze eindelijk wat meer kunnen ontspannen. Gewoon even ‘Anna’ zijn in plaats van constante verzorger, planner en navigator.
Na het ontbijt met fantastische legendes over het dorp van de gastvrouw kwamen de kaarten en routes weer op tafel. Overnachtingen werden besproken, kilometers berekend, hoogtemeters ingeschat.
“Kijk,” zei Anna terwijl ze met haar vinger langs de route gleed, “hier pakken we de officiële Lourdesroute op.”
Fred keek over haar schouder mee. “En daar zitten dus die leuke klimmetjes in?”
“Precies.”
Fred trok een bedenkelijk gezicht. “Je weet dat ik geen Tour de France-renner ben, hè?”
“Nee, maar je bent wel een pelgrim. En pelgrims klimmen en zien af.”
Hij rolde met zijn ogen en glimlachte. “Nou, vooruit dan maar.”
Ze bespraken de dagen die voor hen lagen, maakten afspraken over rustmomenten en alternatieve routes als het te zwaar zou worden. Heel even kwam zelfs de eindbestemming ter sprake.
Anna liet haar vinger boven Lourdes zweven en keek toen naar Fred. “We zijn er nog lang niet.”
Hij knikte langzaam. “Nee. En dat is misschien maar goed ook.”
Na een moment van stilte schoven ze de kaarten weer aan de kant. Het was te vroeg om al te veel vooruit te kijken. Eerst maar eens de volgende etappes doorstaan.
Na een lunch in de tuin, wie had gedacht dat ze zo vroeg in het jaar al buiten zouden eten?, was het tijd voor rust. Anna verdween in haar schetsboek, terwijl Fred languit op het bed lag. De luxe van even niets hoeven.
Toen de avond viel, pakten ze de bus naar een meertje in de buurt. Koken in de buitenlucht, samen eten, even weg uit het vaste ritme van fietsen en plannen.
Fred keek naar het stille water en nam een hap van zijn eten. “Dit voelt bijna als vakantie.”
Anna lachte. “Bijna. Als je de spierpijn en de medicatie even vergeet.”
Maartje keek op van haar bord en grijnsde. “En de honderden kilometers die nog voor ons liggen.”
Fred zuchtte dramatisch. “Dank je wel, dames. Mijn illusie is alweer weg.”
Ze lachten, een moment van luchtigheid voordat de reis weer verder ging.
Morgen zou de tocht hervat worden. Een, voor hun, eerste etappe van de officiële Lourdesroute.
Anna keek naar Fred en voelde het besef indalen. Ze waren aan het laatste stuk bezig. Letterlijk en figuurlijk tot de laatste bocht.
Maar nu nog even niet
Hoofdstuk 49: Langs de Loire
Van Orléans naar Chateau Chambord...
.
De dag begon veelbelovend. Ze hadden samen een geweldig plekje uitgezocht, een huisje beneden, ruim, comfortabel, en direct voor drie nachten geboekt. Eindelijk even rust, structuur en tijd om bij te komen.
Maartje had inmiddels het stoma plakken onder de knie, en dat scheelde Anna weer een zorg. “Ik zeg: geslaagd met vlag en wimpel,” zei ze.
Maartje lachte. “Ik weet niet of ik dit op mijn cv ga zetten, maar bedankt voor het vertrouwen.”
Na een typisch Frans ontbijt, suiker, suiker en nog meer suiker, maar zelfs vandaag ook kaas, werden er wat broodjes gesmeerd voor onderweg. Daarna vertrokken ze met de bus richting Orléans. Daar werden Fred en Anna gedropt met de fiets.
De oorspronkelijke route zou naar de Loire toelopen vanaf hun huisjes in de Villiers sur Loir, maar Anna had haar zinnen gezet op Orléans, de stad van Jeanne d’Arc. Dus dan eerst naar Orleans en dan langs de Loire naar het eindpunt van de oorspronkelijke route.
De ochtend begon mysterieus met dikke mist, maar al snel won de zon het gevecht en verdreef de grijze nevel. Orléans was bijzonder, indrukwekkend zelfs, maar toch… was het toch een beetje teleurstelling?
Anna haalde haar schouders op en zuchtte. “Ja, wat denk je te vinden als je niet eens weet wat je zoekt… Misschien herkenning? Of een bijzonder gesprek?
Fred knikte bedachtzaam. “Misschien vind je het pas als je stopt met zoeken.”
Anna glimlachte. “Of als je toevallig ergens tegenaan fietst.”
Fred, die al de hele ochtend stilletjes voor haar zat op zijn stoeltje, was niet in zijn beste doen. Hij had een kort lontje, snauwde af en toe, en leek vermoeider dan normaal. Anna voelde het aan alles.
“Ga je mee de kathedraal in?” vroeg ze uiteindelijk, al wist ze het antwoord al. Het was te vermoeiend.
Fred schudde zijn hoofd. “Nee, ga jij maar. Ik blijf hier.”
Anna besloot geen verdere vragen te stellen en stapte de kathedraal binnen.
Binnen was het adembenemend. Overal gebrandschilderde ramen die het verhaal van Jeanne d’Arc vertelden. Aan de muren gebeeldhouwde scènes uit het leven van Jezus. Anna liep er langzaam langs, zich onderdompelend in de geschiedenis en symboliek.
Buiten bleef haar blik hangen op een standbeeld van een soort vleermuis.
“Hé, die ken ik ergens van…” mompelde ze in zichzelf.
En toen viel het kwartje. De fontein met vleermuis in Bolsward! Was dit toeval? Of had iemand hier de inspiratie vandaan gehaald?
Verderop stond het immense standbeeld van Jeanne d’Arc op haar paard, trots en onwankelbaar.
“Dat is nog eens een powerwoman,” zei Anna. "En nog een tiener."
Fred grijnsde. “Zou ze ook tegenwind hebben gehad langs de Loire?”
Natuurlijk wilden ze ook een stempel van Orléans in hun pelgrimspaspoort. Maar waar? Normaal gesproken kon je die halen bij het bureau touristique, maar dit keer werden ze van kastje naar de muur gestuurd.
“Dit begint een sport te worden,” zuchtte Anna toen ze voor de derde keer het verkeerde gebouw binnenliep.
Uiteindelijk werden ze naar een politiebureau gestuurd, waar een agent met een serieuze blik hen aankeek.
“Tampon?” herhaalde hij in gebroken Engels.
Anna knikte enthousiast en hield haar pelgrimspaspoort omhoog.
De agent fronste. “Moment.”
Hij verdween in een kantoor en kwam terug met een collega. “No stamp.”
Anna keek hem wanhopig aan. “Maar… Jeanne d’Arc… Orléans… pelgrims?”
De agent schudde zijn hoofd. “No stamp here. You go to mairie… tomorrow.”
“Nou, dat is een stomme optie,” mompelde Anna sarcastisch.
Net toen ze het wilde opgeven, werd ze een trap opgestuurd door Fred. Daar zat een man die precies wist wat ze nodig had.
“Mais oui, la tampon!” zei hij trots en trok een zorgvuldig opgeborgen stempel tevoorschijn. Maar voordat hij hem in hun paspoort drukte, moest Anna eerst naar zijn uitleg luisteren.
Vastbesloten hield hij haar een klein college over de geschiedenis van de stempel, iets over wapenschilden, oude koningen en koninklijke goedkeuringen. Anna verstond de helft niet, maar knikte braaf.
“Merci, merci,” zei ze uiteindelijk, en eindelijk kreeg ze haar felbegeerde stempel.
Vanaf Orléans volgden ze de Loire. Een rivier vol kracht en snelheid. Het water kolkte, stroomde hard, leek overal tegelijk heen te willen. Het uitzicht was prachtig.
De rit was zwaar. Volle wind tegen, zestig kilometer lang. Maar de zon was erbij, en dat maakte veel goed. En de gedachte aan het schattige huisje waar ze gezellig 3 dagen zouden blijven. Ruimte en lekker rustig buiten zitten in de zon die beloofd was. Daardoor gingen de laatste kilometers als een speer.
Aan het einde van de route stond de bezemwagen alweer klaar. Via een omweg langs Château de Chambord, het sprookjeskasteel van de Loire, reden ze naar hun slaapadres. Vanuit de bus bewonderden ze de imposante torens en perfecte symmetrie.
Chris grinnikte. "Als ik ooit een huis koop, wil ik dat het hierop lijkt."
Maartje lachte. "Dat wordt dan een flinke verbouwing in Groningen."
Toch trok het vooruitzicht van een bed steeds meer. Met een laatste blik op het kasteel zuchtte Anna: "Ik dacht dat ik hier langer wilde blijven, maar ik wil eigenlijk maar één ding... slapen."
Fred knikte. "Ons huisje opzoeken?"
"Ja," zuchtte ze. "Slapen."
De vermoeidheid hing als een zware deken over hen heen toen ze eindelijk aankwamen bij hun slaapplek. Anna had zich al helemaal ingesteld op een rustige avond, even neerploffen, niets meer hoeven. Maar toen ze de eerste blik op het huisje wierp, voelde het alsof de grond onder haar voeten wegzakte.
De foto's hadden gelogen. Dit was niet het knusse onderkomen dat ze voor ogen had gehad. In plaats van een idyllisch huisje midden in de natuur, stond er een klein appartementje, pal aan de straat. Een gammel trappetje leidde naar de ingang, zo smal en wankel dat ze zich afvroeg of het hun bagage überhaupt zou kunnen dragen. En het ergste van alles? De spullen moesten ook nog van honderden meters verder worden gesleept.
Anna voelde een brok in haar keel opkomen. Dit kon ze er écht niet meer bij hebben. De kou zat nog in haar botten, haar benen trilden van de lange tocht, en nu moest ze zich ook nog alles uitzoeken, uitladen en slepen met haar zere armen.
Iedereen was aangeslagen.
Anna probeerde te slikken, probeerde haar tranen weg te knipperen. "Het is gewoon... het is gewoon te veel." Haar stem brak halverwege.
Chris en Maartje stonden ook even verbouwereerd naar het onverwachte onderkomen te kijken. Maartje was de eerste die zich herpakte. "Oké. We gaan dit fixen. Hoe dan ook."
Chris knikte en haalde diep adem. "Eerst alles uitladen, dan gaan we koken en ziet alles er heel anders uit. Kom op, we doen het samen."
Anna wilde iets zeggen, maar haar stem deed het even niet meer. In plaats daarvan knikte ze zwijgend. Ze haatte het dat ze zo overspoeld werd door emoties, maar op dit moment voelde alles als een gevecht.
Fred, die zelf nauwelijks op zijn benen kon staan, keek naar haar met een blik die alles zei. "We komen hier ook wel weer doorheen," fluisterde hij.
Anna kneep haar ogen even dicht en haalde diep adem. Ja, ook hier kwamen ze doorheen. Er waren andere dingen aan de hand die veel erger waren. Maar op dit moment stond het huilen haar nader dan het lachen.
Een half uur later vulde de lucht zich met de geur van gebakken groenten en warme kruiden. Chris en Maartje hadden in no-time een heerlijke curry op tafel gezet, en daarmee niet alleen hun honger gestild, maar ook de muffe geur van het huisje verdreven.
Anna sloot haar ogen en inhaleerde diep. "Dit ruikt in elk geval een stuk beter."
Fred knikte instemmend terwijl hij een hap nam. "En smaakt ook zo."
Langzaam zakte de spanning van de dag weg. Met een goed bord eten en een paar slokken thee werd de teleurstelling iets zachter, de moeheid iets lichter. De avond eindigde misschien niet groots, maar wel met een beetje warmte en een volle maag.
Hoofdstuk 50: Prachtig...
Van Tour-en-Sologne naar Montrichard-Val-de-Cher
.
De nacht had weinig rust gebracht. Fred draaide, hoestte en klaagde over pijn in zijn bovenrug. Anna lag naast hem, wakker, haar schouders stijf van de vermoeidheid en haar hoofd vol gedachten. Het smalle bed hielp niet mee.
Maar zoals altijd, zag de wereld er bij daglicht anders uit. De emoties van gisteren hadden zich weer teruggetrokken in hun hok, en zelfs het stomme huisje voelde al iets minder vijandig.
De kittige verzorgster had zich inmiddels vol enthousiasme op haar taak gestort. “Even wat vrolijkheid erin!” riep Maartje, terwijl ze een vrolijk liedje zong en Freds stomaplakken voorzag van een laagje ‘cement’.
Anna keek eventjes toe. Voor het eerst sinds lange tijd hoefde ze dit niet zelf te doen. Met een kleine zucht van verlichting verdween ze naar de badkamer om een miniwasje te doen met de bodywash... alles is geoorloofd in de vakantie.
Tijdens het ontbijt werd het plan van de dag besproken. Anna scande Fred met een scherpe blik. “Gaat het fietsen lukken vandaag?”
Fred haalde diep adem en knikte. “Laten we het proberen.” En zo vertrokken ze rond elf uur, vanuit het gekke huisje naar hun volgende bestemming.
Op de kaart leek de route saai, maar dat bleek een grote misvatting. De kilometers vlogen onder hun wielen door, terwijl ze langs bossen, kastelen en uitgestrekte druivenvelden fietsten. Niet altijd mooie fietspaden maar dat mocht de pret niet drukken. De wereld zag er hier weer heel anders uit. Elke bocht gaf een verrassing.
In het dorpje Cheverny was ineens Kuifje overal. Tintin et Milou, oftewel Kuifje en Bobbie, stonden op muren, in etalages en zelfs op verkeersborden. “Dit voelt een beetje alsof we in een stripboek fietsen,” grinnikte Fred.
Anna wees naar een bord met een afbeelding van het beroemde Château de Cheverny. “Wist je dat dit het kasteel is waarop kasteel Molensloot uit de Kuifje-verhalen is gebaseerd?”
Fred trok een wenkbrauw op. “Dus eigenlijk zijn wij nu in een Kuifje-avontuur beland?”
“Ja,” lachte Anna. “Alleen zonder misdaad en achtervolgingen. Al voelt fietsen met jou soms als een spannende race.”
Verderop ging het landschap over in velden vol druivenplanten, kilometers lang. Plotseling ging Anna plotseling vol in de remmen. Fred werd bijna uit zijn stoel gelanceerd. “Wat doe je?!”
Anna wees met een triomfantelijke blik naar een oude, verweerde wijnrank die langs de kant van de weg lag. “Een schat!”
Fred keek van de tak naar Anna en terug. “Jij en je rare verzamelwoede…”
“Toekomstige kunst,” mompelde Anna terwijl ze de wijnrank voorzichtig achterop de fiets bond.
Onderweg, terwijl de kilometers onder hen doorgleden, kwamen ze terug op een vraag die ze onlangs van een interviewer hadden gekregen: “Wat halen jullie eigenlijk uit al die bezoekjes aan kerken? Geeft het geloof jullie steun?”
Fred haalde zijn schouders op. “Het is niet per se het geloof, toch?”
Anna dacht even na. “Nee… maar wat is het dan wel?”
Ze mijmerde terwijl haar blik langs de horizon gleed. “Misschien… omdat het meestal open is? Een plek waar je gewoon even kunt stoppen, zonder iets te moeten. Een rustpunt in je route? Voor veel pelgrims draait het bezoek aan een kerk dus niet alleen om geloof, maar om een combinatie van cultuur, rust, symboliek en de spirituele dimensie van de reis.”
Fred knikte. “Ja, even de buitenwereld buitensluiten. Tot jezelf komen.”
Anna keek hem aan. “De muren van zo’n kerk ademen iets uit… iets van een veilige haven.”
Fred grijnsde. “Dus eigenlijk zijn we een soort religieuze toeristen zonder vaste overtuiging?”
Anna lachte. “Nee, eerder pelgrims van de stilte.”
Het grootste deel van de route was prachtig geweest, maar de laatste kilometers waren zoals vaak, de zwaarste.
Smalle paadjes, hobbels, blubber en regen… en uiteindelijk zelfs lopen en duwen. “Echt,” pufte Fred, “ik dacht dat we dat blubberhoofdstuk al gehad hadden.”
Maar uiteindelijk zagen ze hem daar staan: de bezemwagen. Chris en Maartje wachtten hen op, klaar om fiets en berijders weer veilig terug te brengen naar hun onderkomen.
“Jullie hebben de finish weer gehaald,” zei Chris met een grijns, terwijl hij de fiets in de bus tilde.
Anna leunde even tegen de bus en sloot haar ogen. Ze had bijna ‘thuis’ willen zeggen, maar nee… dat verdiende het gekke huisje nog niet.
Hoofdstuk 51: Vrije Dag en Op Weg naar La Brenne, het bijzondere natuurgebied…
De ochtend begon met een opgelucht gevoel. Eindelijk weg uit het rare huisje. Het had iets vreemds, iets zwaars. Niemand kon precies zeggen wat, maar het was voelbaar in de korte lontjes, de overprikkeling, de kleine irritaties die normaal niet zo snel boven kwamen drijven.
Anna trok haar fietsthermokleding aan en keek naar Fred, die net zijn jas dichtritste. “Voelt toch goed hè, dit hoofdstuk afsluiten?”
Fred knikte en wreef over zijn gezicht. “Moe.”
Het plan was om rustig aan te doen.
Fred bleef inleveren. Alles kostte hem zichtbaar meer moeite. Ze wilden kortere etappes doen, maar het lukte maar niet om overnachtingen te vinden dat dichtbij genoeg lagen. Elke keer als ze het zeiden, eindigden ze met nog meer kilometers dan gepland. Vandaag weer 60 kilometer erbij.
De winterse tegenwind was iets waar ze vooraf al rekening mee hadden gehouden, maar de realiteit was zwaarder dan verwacht.
Het monotone gezoem in de oren, het constante gevecht tegen de kracht die hen leek terug te duwen… Anna werd er knettergek van.
Ze probeerde van alles: een hoofdband, een muts, de rand van haar pet strak over haar oren, zelfs haar speciaal aangemeten oordopjes. Maar het leek of de wind overal tussendoor sloop, net genoeg om haar horendol te maken.
“Ik zou nu geld geven voor een volumeknop op de wind,” zuchtte ze terwijl ze met haar hand over haar oor wreef.
Fred keek haar schuin aan en grijnsde. “Als je die vindt, zet hem dan ook op ‘warme bries’ en ‘licht duwtje in de rug’.”
Anna lachte. “Ja, en dan ook een optie voor ‘altijd zon, nooit regen’.”
Ondanks de zware wind was het wél zonnig. Een groot contrast met de dag ervoor, toen het de hele dag had geplensd. Ze hadden bewust een pauzedag ingelast en dat was maar goed ook geweest. Maar nu, met de zon erbij, zag alles er vrolijker uit.
Fred kneep zijn ogen samen tegen het felle licht. “Wat een verschil maakt dit hè?”
Anna knikte. “Ja, het voelt net alsof de wereld vandaag wél zin heeft in ons.”
Fred glimlachte flauw. “Ja, maar vraag me af hoe lang dat duurt.”
Ze stopten bij een kleine kerk aan de route. Anna stapte af en keek naar het openstaande portaal.
“Ga je even kijken?” vroeg Fred.
Ze knikte. “Even de wind uit. Even… stilte.”
Fred bleef buiten, lekker achterovergeleund in zijn stoeltje en keek hoe Anna naar binnen liep.
De wind viel direct weg toen ze de drempel overstapte. De muren van de kerk ademde rust, een stilte die ze buiten nergens kon vinden. Even alleen zijn met haar gedachten, de buitenwereld buitensluiten, even opladen.
Toen ze terugkwam, zat Fred haar vragend aan te kijken. “En? Nu gevonden wat je zocht?”
Anna haalde diep adem en glimlachte. “Ja. sort of... En het was geen windknop.”
Ze stapte weer op de fiets en trapten verder.
Ondanks de winterse kou was er iets in de lucht. Meer vogels dan eerst, luidruchtiger, onrustiger. Alsof ze voelden dat de natuur zich langzaam klaarmaakte voor de overgang naar een nieuw seizoen.
Fred keek opzij en wees naar een groep kraaien in een veld. “Volgens mij beginnen ze het voorjaar al te ruiken.”
Anna knikte. “Wij ook. En weet je wat? Ik vind het heerlijk. Kijk eens daar, hier bloeien de narcissen al!”
En zo fietsten ze weer verder, met de zon in hun gezicht en de wind in hun oren, op weg naar een nieuwe plek, hopelijk een betere dan de vorige.
En zo fietsten ze recht tegen de wind in, met weggewaaide gedachten en weggestoven zorgen. Hun hoofden leeg, hun armen moe, hun benen trillend van de inspanning. Maar ze waren er.
En wat een plek.
Toen ze de oprijlaan op draaiden, stond een breed grijnzende Chris hen al op te wachten en rende een modderige Djinx hun vrolijk tegemoet.
“Welkom in jullie privéparadijs!” riep Chris enthousiast.
Anna keek om zich heen en viel stil. Dit was geen gewoon huisje. Dit was een pareltje, een plek die je per ongeluk tegenkomt en nooit meer vergeet. Een kasteel. Een landgoed. En daarachter… meren.
Meer dan 1350 hectare natuur.
Voor hen alleen.
Geen andere gasten, geen verkeer, geen geluiden van de buitenwereld. Alleen het bos, het water, en de wilde dieren die hier heer en meester zijn. Edelherten, zwijntjes, reeën, dassen, vossen. Vogels, duizenden vogels. Zelfs nu, in de winter, klonk hun gezang door de takken.
Fred keek om zich heen, leunend op de fiets. “Nou… we hadden het slechter kunnen treffen.”
Chris liep hen tegemoet en pakte hun fietstassen over. “Alles is al ingericht,” zei hij trots. “En Djinx en ik hebben het bos al even verkent.”
“Jij hebt je plek al gevonden, hè?” grinnikte Anna terwijl ze de rondspringende Djinx over zijn kop aaide.
Maartje was ondertussen al volledig in ontspanningsmodus.
“Waar is Maartje?” vroeg Anna.
Chris lachte. “Die is in bad gekropen en komt er voorlopig niet meer uit.”
Anna grijnsde. “En als ze eruit komt, dan stop ik haar direct onder een elektrisch dekentje. Dan hoeven we haar niet meer te zoeken.”
Fred besloot dat hij hetzelfde recht had op rust en verdween direct in bed. Zijn lijf had het verdiend. Hij had zich kranig gehouden vandaag, ondanks de pijn.
Anna daarentegen had nog energie over en rommelde wat in het huisje. Hier en daar spullen op hun plek zetten, zich langzaam thuis voelen.
Samen met Chris ging Anna nog even met de warmtekijker op stap, terwijl Djinx ondertussen zijn ‘eigen terrein’ ontdekte. Hij had een compleet bos voor zichzelf en rende van geur naar geur, kwispelend en snuffelend, in zijn element. En na het spotten van 2 herten ging Anna terug om met het eten te beginnen.
Na het eten en het snoepen van de ‘snoep-carousel’, een draaiplankje waar ze hun snoepbuit op hadden gelegd voor openbaar gebruik, stortte iedereen in…
En zo kwam het hele zootje tot rust.
Een nacht zonder zorgen, zonder geluiden van een drukke wereld. Alleen het bos, het water, en de belofte van een nieuwe dag.
Hoofdstuk 52: Magische vrije dag
De dagen weven herinneringen tot een bijzonder kleed, en vandaag werd daar weer een nieuwe, onverwachte draad aan toegevoegd.
Ze zaten op een uitgestrekt natuurterrein, bij een echt château, met torens, geheime ruimtes, poortjes en bijgebouwen met schattige rode luikjes. Een plek die rechtstreeks uit een sprookje leek te komen.
Omdat ze besloten hadden nog een extra dag te blijven, gingen Anna en Chris op zoek naar de mevrouw die dit alles regelde.
Ze klopten op de grote, statige voordeur, maar er kwam geen antwoord.
"Misschien moeten we aanbellen?" suggereerde Anna.
Chris keek omhoog naar de toren naast hen en grijnsde. "Of gewoon ‘Sesam open u' proberen."
Ze besloten om het gebouw heen te lopen, ondertussen hun ogen uitkijkend. Achter elke hoek leek een nieuw verborgen stukje geschiedenis schuil te gaan.
Toen zagen ze een andere deur, met een gigantische bel.
Chris klopte maar Anna kon zich niet bedwingen en gaf er een flinke ruk aan de bel, en binnen klonk een diepe galm door de stenen muren. Even bleef het stil.
Toen een stem: "Entrez!"
Ze stapten naar binnen… en deden een sprong terug in de tijd. Alles ademde verleden tijd.
De ronde wanden waren bedekt met opgezette dierenkoppen, een eland, een buffel, edelherten, alsof ze een jachthuis van een eeuwenoude Franse edelman binnenliepen.
Op de open bovenverdieping zat een kleine, slanke vrouw met een wilde bos grijs haar, verdiept in een wirwar van papieren.
Toen ze hen zag, stond ze op en kwam enthousiast naar beneden.
"Bonjour! Jullie willen nog een nacht blijven?"
Chris knikte en liet ook de nachtkijkerbeelden zien van de herten en dieren die hij gisteravond had vastgelegd. De vrouw was opgetogen. "Prachtig! Wat een bijzondere beelden!"
“Het is ook zo ontzettend mooi hier” zei Anna.
Ze wenkte hen en liep voor hen uit naar een ander deel van het kasteel..
Achter die deur bevonden zich ruimtes die niet van deze tijd waren...
Kamers vol geschiedenis.
Grote afgevallen geweien lagen op een bankje langs de muur, als stille getuigen van de natuur die dit landgoed omringde.
Anna kreeg zelfs een gewei kado van deze mevrouw die ze spontaan een dikke knuffel gaf. Zich achteraf afvragend of dat wel kon bij een kasteelvrouwe…
Anna’s ogen werden groot toen ze de volgende ruimte werd binnengeleid.
Ze stonden in kasteelkamers van honderden jaren oud.
Overal oude tapijten, zware kandelaars met echte kaarsen, een gigantische houten tafel die ooit gevuld moet zijn geweest met edelen en jagers.
"Dit kan toch niet echt zijn…" fluisterde Anna.
Chris tikte tegen een van de houten stoelen. "Ik denk dat het behoorlijk echt is."
Met elke stap naar een andere kamer, viel hun mond verder open.
Olifantenslagtanden, honderden jaren oud, uit ivoor gesneden kunstwerken die vandaag de dag onmogelijk zouden zijn.
Nog meer opgezette dieren, waaronder een purperreiger, Anna’s lievelingsvogel.
Wandtapijten, oude schilderijen, mysterieuze decoraties van papier en dun doek die de eeuwenoude stenen muren bedekten.
Anna kon het niet geloven. Dit voelde niet als een museum, maar alsof ze per ongeluk in een tijdscapsule waren gestapt.
"Ik verwacht serieus dat er elk moment een ridder binnenkomt," mompelde ze.
Chris grijnsde. "Of een spook."
Langzaam liepen ze weer terug, nog steeds overdonderd.
Aan de lange tafel vonden ze de vrouw van het château terug, druk bezig met het schrijven van de nota.
Niet op een laptop, niet met een telefoon. Gewoon met de hand, op een simpel notitieblok.
Ondertussen werd de tafel gedekt voor de lunch.
Een jongere vrouw liep heen en weer met borden en karaffen wijn.
Aan de andere kant van de tafel nam een oude man plaats, de Seigneur du Château zelf.
Chris fluisterde. "De lord of the castle."
Anna knikte. "Wat een bijzonder stel."
Helaas moesten ze na het betalen weer naar buiten en stapten ze terug door de deur… terug naar deze eeuw.
Overdonderd. Verwonderd. En dankbaar dat ze dit hadden mogen zien.
De rest van de dag verliep op een heerlijk ontspannen tempo.
Tekenmateriaal werd verspreid over de tafel, thee en koffiekopjes stonden dampend in de zon, en zo nu en dan werd er even gestopt om simpelweg te genieten van de rust en het uitzicht.
Tussen het schetsen door werden er telefoontjes gepleegd, plannen gesmeed voor de route van morgen, en natuurlijk moest het landgoed verder ontdekt worden.
Anna zat net met haar schetsboek in de zon toen haar telefoon trilde.
"Mag ik je bellen? Ik heb nieuws," zei de de whattsapp van de tunnelmevrouw van de gemeente.
Anna’s hart sprong op. Dit klonk veelbelovend.
"Natuurlijk, kom maar door!" schreef ze meteen.
En daar ging de telefoon…”ik heb goed nieuws” zei de tunnelmevrouw direct opgetogen: "Het is goedgekeurd. De tunnelschildering mag er komen!"
Voor een seconde bleef alles stil.
Toen gilde Anna het uit van vreugde.
Ze sprong op van de stoel en begon luidkeels te juichen. Heel het bos leek op te schrikken van haar kreet. Vogels vlogen op uit de bomen, Djinx keek haar verbaasd aan, en Chris en Maartje staken hun hoofden uit het raam.
"Wat gebeurt hier?" vroeg Fred vanuit de deuropening.
Anna draaide zich stralend om. "De muurschildering! Het is goedgekeurd! We mogen één kant van de tunnel beschilderen!"
Chris gooide zijn armen in de lucht. "Yes! Wat een nieuws!"
Anna maakte een vreugdedansje in het gras, nog vol ongeloof en blijdschap. De tunnel die nu nog zo kaal was, zou realiteit worden.
Fred lachte. "Ik denk dat je net het halve bos hebt laten delen in je vreugde."
Nog geen uur later klonk er opnieuw geroep, maar dit keer van Chris.
"Anna! Naar buiten! NU!"
Anna liet haar schetsboek vallen en rende naar de deur.
Chris stond al buiten en gebaarde wild. "Edelherten! Ik leid ze jouw kant op. Ga naar de wissel!"
Haar hart klopte in haar keel.
Ze sprintte naar het open veld aan de rand van het bos, waar ze een smalle wissel zag, de route die dieren instinctief volgen.
En daar kwamen ze.
Een groep gigantische edelherten, zeker acht stuks, met imposante geweien, denderde het veld op.
Anna verstijfde.
Ze had haar telefoon in de hand om te filmen, maar haar adem stokte bij het zien van de kolossale dieren. Ze had nog nooit zoveel edelherten van zo dichtbij gezien.
De grond trilde onder hun hoeven.
Ze kwam bij zinnen en zocht snel dekking achter een boom, bang dat ze per ongeluk dwars door haar heen zouden rennen.
Met een luid gekraak draaiden de herten plotseling af en verdwenen aan de andere kant van het bos.
Anna bleef staan, hart bonkend in haar borstkas.
Ze keek naar haar telefoon.
"Oh nee…"
Chris kwam aangesprint. "Heb je het erop staan?"
Anna keek beteuterd naar haar scherm. "Half. Ik schrok te hard."
Chris lachte en zei “jahoor, hebben we de kans op een gave film, zit jij weer in de paniekmodus”.
Anna keek beteuterd naar het filmpje… “Nou ja, de herinnering zit in mijn hoofd. En dat is de mooiste opname die er is.
Wat een magische dag.
Hoofdstuk 53: Verborgen Schatten
Route: van het kasteel naar 50 km verder...
De avond ervoor was magisch geweest. Op stap met de warmtekijker, alsof ze een kijkje namen in een verborgen wereld. Alles wat normaal verscholen bleef in het donker, werd nu zichtbaar. Een dassenfamilie, een vos die voorzichtig rond sloop, en zelfs een paar nieuwsgierige herten die op een afstandje stonden te kijken.
Chris richtte de kijker op het kasteel en liet Anna het beeld zien. Ze hield haar adem in. "Wauw… het lijkt net een spookslot."
“Maak maar een foto, dan kan Fred het ook zien”...
Met een grote glimlach op haar gezicht viel Anna die avond in slaap.
De volgende ochtend begon minder magisch.
Ze waren op tijd wakker, maar het opstaan was een ander verhaal.
Na een rustdag voelde alles zwaarder. De spieren protesteerden, en het warme bed was veel te verleidelijk.
Buiten was het fris, de vloeren steenkoud. Anna zette één voet op de tegel en trok hem er meteen weer vanaf. "Nope. Geen vloerverwarming hier."
Fred kreunde en trok het dekbed verder over zich heen.
Maar net toen ze zich opnieuw wilden omdraaien, ging de telefoon...
"Mam! NU! Kom! 32 edelherten gevonden! Ga naar de wissel!" Fluisterde Chris opgewonden door de telefoon
.
Anna schoot overeind. "Wát? NU?!"
Met een halve sprong stak ze haar voeten in haar schoenen, gooide haar jas over haar pyjama, binnenstebuiten, want dan valt dat felgroene niet op, en griste haar telefoon mee. Natuurlijk leeg. Typisch. Dus snel nog een powerbank uit haar tas.
Met haar hart bonzend sprintte ze naar de wissel, vol verwachting…
Maar toen ze daar aankwam, zag ze niets.
"Ga maar terug…" hoorde ze Chris fluisteren via de telefoon. "Ze zijn de andere kant op."
Anna bleef verslagen staan.
"Pfff… 32! En ik heb ze net gemist."
Ze keek naar Chris, die met een glimlach zijn telefoon omhooghield toen hij door het veld naar haar toe liep. "Maar ik heb wél een paar foto's, mam."
Ze slaakte een diepe zucht. "Nou vooruit, laat maar zien dan. Ik ben in elk geval goed wakker nu"
Na het ontbijt en het vaste "alles-weer-inpakken"-ritueel, zat er eindelijk beweging in de dag.
Ze begonnen hun tocht langs het kasteel, waar ze nog even probeerden te praten met ‘Riep’, de landschapsbeheerder.
Anna deed een poging: "Bonjour! You have a nice job here."
De man snapte er niks van maar knikte vriendelijk en ratelde meteen in razendsnel Frans iets terug.
Anna keek Fred aan. "Oké, hier houdt mijn vocabulaire op."
Fred grijnsde. "Bon voyage dan maar?"
Ze gaven elkaar een duim omhoog en reden lachend verder.
Wat volgde, was een van de mooiste routes tot nu toe.
Dwars door de Brenne, een natuurgebied dat zo onaangetast leek, dat het voelde alsof ze een tijdperk teruggingen.
Anna was niet te stoppen. "Kijk dat water! Kijk die vogels! Wát een plek!" riep ze steeds.
Fred lachte. "Jij bent net een kind in een snoepwinkel."
Geen fietspaden, geen hekken, geen bordjes met regeltjes.
In Nederland zou dit onmogelijk zijn. Daar zou overal een asfaltweggetje liggen, een informatiebord over 'beschermde flora en fauna', en natuurlijk een verbodsbord op z’n minst.
Hier was het nog echt puur. Onontdekt.
Anna keek om zich heen en zuchtte tevreden. "Ik hoop dat het zo blijft. Sommige dingen moeten gewoon geheim blijven."
Vandaag hadden ze zelfs wind mee. Voor het eerst leek de natuur hen een duwtje in de rug te geven, letterlijk.
Anna voelde de ontspanning in haar spieren, de fiets gleed soepeler over de weg. Ze keek naar Fred en glimlachte. "Kijk ons nou eens, gewoon wind mee! Dit is een cadeautje."
Fred knikte, maar er kwam niet echt een antwoord terug.
Ze deden het nog steeds, ze fietsten nog steeds, ze beleefden hun avontuur. Maar onder alles knaagde iets, een dreiging die niet meer weg te stoppen was.
Fred had het zwaarder. Dat was de realiteit.
Hij zei het niet hardop, maar Anna zag het. De stiltes werden langer, zijn bewegingen trager. De bezoekjes aan de kerkjes, waar hij haar eerder met een glimlach opwachtte bij de ingang, sloegen ze steeds vaker over.
"Laten we maar doorgaan," zei hij dan.
Ze wist wat dat betekende. Dat was niet omdat hij vooruit wilde, maar omdat stilstaan misschien nog zwaarder voelde.
Anna keek naar voren, naar zijn zwarte muts die diep weggedoken zat in zijn warme jas. Hoe lang kon hij dit nog volhouden?
En durfde zij het zelf onder ogen te zien?
"Heb je ergens zin in?" vroeg Anna, terwijl ze haar best deed luchtig te klinken.
Fred haalde zijn schouders op. "Maakt me niet uit."
Daar, precies daar, voelde ze het prikken in haar borst.
Dat was niet Fred. Niet de man die altijd met enthousiasme over eten kon praten, die kon genieten van een simpel kopje koffie of een stuk chocola.
"Ik heb rugpijn," mompelde hij even later.
Anna trapte zwijgend verder. Haar handen verkrampte op het stuur. Zorgen.
Kan hij het nog volhouden?
En wil hij dat zelf wel toegeven?
De natuur om hen heen was prachtig. De lente fluisterde overal haar beloftes. Vogels zongen, velden kleurden langzaam groen, de zon speelde met de bomen.
Maar boven hun tocht hing een wolk. Donker en dreigend.
En Anna wist… hoe mooi de natuur ook was, sommige dingen kon je niet wegfietsen.
Maar ook deze dag tikte de uren weg, gevuld met frisse lucht en een speelse speurtocht naar kleine schatten, stukjes historische tegeltjes, dennenappels, bijzondere stenen en grillig gevormde takken. Elk vondstje werd even bewonderd en kreeg een plekje in de steeds groeiende verzameling van herinneringen. Er werd een speciale ‘schatkist’ in het leven geroepen…
Het avondeten was een zegen: gezellig aanschuiven zonder zelf te hoeven koken. Even niet nadenken over wat waar vandaan moest komen, gewoon genieten.
Anna keek even naar zijn lege stoel en zuchtte. Morgen maar extra vetmesten, die man.
En Fred… Fred lag dit keer in bed. Zijn lijf had besloten dat het genoeg was geweest voor vandaag. Hij miste de warmte van de maaltijd, het samenzijn, de kleine gesprekjes.
Hoofdstuk 54: Een bijzondere nacht in een huisje met karakter
Anna lag in bed en luisterde naar de geluiden van de nacht. Naast haar lag Fred, diep onder de dekens. Ze maakte zich zorgen. De lange, zware fietsdag en de lage temperatuur, ondanks de blauwe hemel, had zijn tol gevraagd. Buiten was het stil, op het zachte ruisen van de bomen na. Dit huisje had iets… iets eigens.
Het was een plek met geschiedenis, dat voelde je aan alles. De dikke stenen muren, de houten balken die al generaties lang hun verhalen leken te fluisteren, en de kleine ramen die het licht speels naar binnen lieten vallen. Overdag gaf dat het huisje een nostalgische charme, een rustiek toevluchtsoord midden in de natuur. ’s Nachts werd die stilte bijna tastbaar, alsof de tijd hier even stil bleef staan.
Maar het was een koude nacht. Fred trok de dekens nog wat dichter om zich heen, terwijl Anna haar hand op zijn arm legde. Langzaam voelde ze de warmte terugkeren in zijn lichaam.
Boven kraakte de vloer zachtjes, alsof het huisje zelf in slaap viel. En dan die stoppen. Elke paar minuten een doffe klak, en weg was het licht.
Chris, inmiddels de onofficiële elektricien van de groep, kwam alweer met grote stappen de trap af. Voor de zevende keer.
"Serieus?" gromde hij. "Dit kán toch niet?"
Met een vermoeide zucht sloeg hij de schakelkast open en haalde de hendel weer over. Een kort geflikker en jawel, de lampen sprongen weer aan. Hoe lang deze keer? Niemand wist het.
Een berichtje naar de eigenaar? Maar wat konden die nog doen, midden in de nacht? Ze hadden al alles op alles gezet om te helpen, extra kleden op de koude vloer gelegd, de luiken zorgvuldig gesloten om de warmte binnen te houden, en zelfs meegekeken naar mogelijke oorzaken van de elektriciteit storing. Hun inzet was onmiskenbaar, maar sommige dingen waren nu eenmaal niet meteen op te lossen. Helemaal niet als het om specifieke zaken als ziekte gaat.
Nog geen twaalf uur eerder…
De dag had er veelbelovend uitgezien. Fred voelde zich niet geweldig, maar hij wilde toch fietsen. "Niet te ver," had hij gezegd. Dus had de bus hen een beetje gematst en verder op de route afgezet.
“De routes moeten echt een beetje korter gemaakt worden. Zo is het te zwaar aan het worden. Fred heeft al zijn energie nodig.” zei Anna.
De lucht was strakblauw, de zon scheen, maar de kou was verraderlijk. Twee jassen over elkaar, handschoenen aan.
Zodra ze begonnen te trappen, voelden ze het: de klimmetjes waren pittig, maar hun benen waren sterker aan het worden.
En de afdaling? Pure vrijheid.
Soms snoeihard naar beneden, dan weer voorzichtig met knijpende remmen. De fiets luisterde perfect.
Totdat ze plotseling overal oranje mannetjes zagen.
Anna kneep in de remmen. "Wat is dit?"
Fred keek op van zijn stuur. "Lijkt op een drijfjacht."
Anna stapte af en liep op een man met een imposant geweer af. "Wat zijn jullie aan het doen?"
En toen brak de chaos los.
Getoeter. Schreeuwende stemmen. Blaffende, gillende honden.
Aan de overkant van de weg stonden jagers klaar, geweren in de aanslag. De adrenaline schoot door Anna’s lijf. Toen besefte ze waar ze Fred had achtergelaten, midden op het pad, precies waar de wilde zwijnen zouden komen.
"Fred!" riep ze, haar hart bonkend. Maar hij keek onverstoorbaar filmpjes op zijn telefoon, zittend op zijn troon voor op de fiets, alsof er geen jacht gaande was, alsof er niet op luttele meters afstand een roedel jachthonden voorbij stormde.
Een paar tellen later klonken schoten. Getoeter. Gespannen gezichten.
Maar… geen zwijnen.
"Jammer," mompelde de jager naast haar.
Anna kon een glimlach niet onderdrukken. "Lucky zwijntjes. Goed gedaan."
Fred keek eindelijk op. "Zijn we klaar hier?"
Anna schoot in de lach. "Ja, laten we gaan voordat ze ons per ongeluk omleggen in plaats van een zwijn."
Terwijl ze verder fietsten, begon de vermoeidheid toe te slaan. Chris en Maartje, die alvast vooruit waren gegaan naar het overnachtingsadres, waren ook niet in topvorm. Chris’ lontje was al kort, en toen hij hoorde dat hij Fred en Anna óók nog moest ophalen, was officieel het lontje verdwenen.
Het huisje waar ze die middag arriveerden, had een onmiskenbare charme. Het was een typisch Frans stenen huis, met dikke muren en lage balken. Overdag had het een knusse, nostalgische uitstraling, een plek waar de tijd stil leek te staan. Dit was zo’n huisje waarin al generaties mensen hadden gelogeerd, waar verhalen in de muren leken te zitten.
Maar de winterse kou was genadeloos. De stenen muren, die in de zomer waarschijnlijk een zegen waren, hielden de warmte nu gevangen buiten de deur. De verwarmingen stonden aan en deden verwoede pogingen het huisje aangenaam te maken.
Fred kon het niet warm krijgen en ondanks de dekens. "Misschien een warme douche?" opperde Maartje, die zelf niet fit was en ook in dekens gepakt zat.
Chris trok zijn wenkbrauwen op. "In deze temperatuur? Ik denk niet dat de badkamer warm genoeg wordt nu."
Ondanks de kille temperatuur had het huisje iets bijzonders. De sfeer, de rust, de omgeving. In een ander seizoen zou dit een perfecte plek zijn voor fietsers en wandelaars. De camping stond bekend om haar gastvrijheid en georganiseerde fietstochten, en het was duidelijk dat hier in de zomer een bruisende, levendige sfeer moest hangen.
Nu echter, midden in de winter, hadden ze vooral warmte nodig en stroom, ook door de medische toestand van Fred.
Fred trok zich terug onder een fort van dekens, terwijl Anna probeerde te koken. Haar hoofd was er niet helemaal bij, maar uiteindelijk zat iedereen toch met een warme maaltijd aan tafel.
En gelukkig was er nog de ‘snoep-carrousel’, een goede ‘lekkeretrekstiller’ inmiddels gepromoveerd tot een heuse ‘snoep-mand’.
Ondanks alles wisten ze er samen iets van te maken. De uitvallende stoppen werden onderdeel van het avondprogramma.
"Aftellen dan maar," grijnsde Chris net voordat iemand naar de wc ging.
Klik. Licht aan.
5, 4, 3, 2, 1…
Klak. Donker.
Even was het stil.
Toen barstten ze in lachen uit.
Met een grinnikend "welterusten" kropen ze onder de dekens, hopend dat de korte lontjes vannacht spontaan zouden aangroeien.
Morgen werd er weer verhuisd.
Maar deze plek? Die zou hen nog lang bijblijven.
Hoofdstuk 55: Doe de dingen die je hart laat zingen… rustdag
Soms is de weg helder, geplaveid met kilometers en een doel voor ogen. En soms… raak je hem even kwijt.
Niet letterlijk. De route stond nog steeds op de kaart, de eindbestemming was bekend. Maar van binnen, diep in hun lijf, voelde het anders.
Fred verloor elke dag een beetje energie. Anna voelde haar schouders vastzitten van spanning. Chris en Maartje deden hun best, maar ook zij voelden de vermoeidheid.
Reizen op deze manier, door de winterkou, steeds in een ander bed, nieuwe energieën, steeds met nieuwe onzekerheden… het trok een wissel op iedereen.
En toen kwamen ze hier.
Gîtes de Les Lignons, verstopt in de bossen. Een plek die voelde alsof hij uit een ander leven kwam, een ander ritme.
En hier woonde zij.
Een vrouw met een verhaal. Niet een van groots en meeslepend, maar een van veerkracht. Van doorzetten, van vallen en opstaan, van opnieuw beginnen. Ze zag de moeheid in Anna’s ogen en glimlachte.
"Doe de dingen die je hart laat zingen," zei ze.
Anna keek haar aan en voelde iets verschuiven. Het was zo simpel, maar zo waar.
Misschien ging deze reis niet alleen over Lourdes. Misschien ging het over bewegen, blijven gaan, hoe zwaar het soms ook was. Over niet blijven hangen in zorgen en pijn.
En deze plek…
Sommige plekken laten je los zodra je vertrekt. Andere draag je met je mee. Dit was er zo eentje.
Niet omdat het perfect was. Integendeel.
Het huis had een dak dat half was ingestort, herfstbladeren lagen al maanden op het erf, takken wachtten op een snoeischaar. Maar het was echt.
De hond ging voor, wandelingen waren belangrijker dan stofzuigen. De gasten kregen voorrang boven klusjes.
“Dat past hier wel,” zei Anna zacht, terwijl ze met haar hand langs de ruwe stenen muren gleed. “Het hoeft niet altijd perfect te zijn.”
Fred knikte. “Soms is gewoon genoeg.”
Ze zaten daar, onder de ‘lindaboom’, in het laatste middaglicht. Met een glas wijn, verhalen over spannende legendes van het bos, borrelende ideeën en een hart dat een klein beetje lichter voelde.
Hoofdstuk 56: Bergie op, bergie af..
Na een warme nacht waarin zelfs op de dekens werd geslapen, wisten ze het zeker: de kou was eindelijk verdreven uit het huisje. Het kleine kacheltje knorde tevreden, volgegeten met houtblokken.
Maar vandaag geen luieren meer. Het was weer een fietsdag.
Chris en Maartje brachten Fred en Anna in de ochtend naar het beginpunt van vandaag. Naar het bos, waar dolmen te vinden waren. Oude graven, verhalen uit een tijd die al lang voorbij was. Ze liepen er even rond, bewonderden de ruwe stenen die de tand des tijds hadden doorstaan.
“Bijzonder, hè?” zei Anna, terwijl ze haar hand over het koele oppervlak liet glijden. “Eeuwenoud. Net zo als ik me voel na al dat geklim.”
Fred grijnsde. “Nou, dan is het tijd om de boel weer even los te trappen.”
En zo gingen ze weer, uitgezwaaid door de achterblijvers.
Bergie op, bergie af.
Ze fietsten door dorpjes die verrassend goed onderhouden waren. Lichtgekleurde huizen, lieflijke straatjes, zonnige gevels. Het voelde anders. Warmer. De palmbomen in de tuinen werden steeds groter naarmate ze zuidelijker kwamen.
Fred keek om zich heen. “Je ziet echt dat we verder Frankrijk in trekken. Het wordt lichter, warmer. Alsof de lente alvast een voorproefje geeft.”
Anna knikte. “De kersenbomen bloeien hier al overdadig, de prunussen zijn fantastisch roze. En dan die uitzichten…”
Want die waren er. Uitgestrekte vergezichten, glooiende heuvels die zich uitstrekten tot de horizon.
De klimmetjes waren pittig, de afdalingen heerlijk. Elke keer als ze zich naar boven werkten, brandden hun spieren, herinnerden de lichamen hun aan de kilometers die ze al hadden afgelegd. Maar dan… het moment van loslaten, rondkijken.
De weg kantelde onder hen, en zonder inspanning gleden ze naar beneden, de wind in hun gezicht, de snelheid die alles even deed vervagen. Geen zorgen, geen sombere gedachten, alleen het hier en nu.
Het geluid van de weg onder de banden. Het zonlicht dat tussen de bomen doorscheen en danste op het asfalt. Even bestond er niets anders dan het ritme van de pedalen, de geur van Frankrijk, het gevoel van vrijheid.
De tocht voelde goed vandaag. Elke meter bracht hen verder, elke bocht op de route liet hen beseffen hoe ver ze al waren gekomen. Vandaag was weer een stukje van de lange weg achter hen gelaten, 60 kilometer dichter bij hun doel.
Toen ze ooit vertrokken, hadden ze nauwelijks verder gedacht dan Parijs. Parijs leek al een magisch eindpunt, een haast onhaalbare mijlpaal. Maar nu? Nu zaten ze al bijna bij Bordeaux.
Elke dag weer een stukje. Geen reuzensprongen, geen gehaaste kilometers, maar gestaag, beetje bij beetje…
Ze hadden niet alleen afstand overbrugd, maar ook tijd. Tijd die ze samen beleefden, die hen hielp om vooruit te gaan, om zich vast te houden aan de momenten die ertoe deden. Herinneringen maken.
En nu… nu keken ze elkaar even aan met een, onderweg gekocht, Abdij Likeurtje in de hand en stukjes Franse kaas op een schoteltje, terwijl de zon langzaam zakte en de wereld in een gouden gloed hulde. Wie had ooit gedacht dat ze hier zouden komen?
En toch… ze waren er.
En morgen? Morgen gewoon weer verder. (Al mogen ze ‘s middags lekker weer terug om te slapen in het warme huisje bij de ‘Lindaboom’.)
Hoofdstuk 57: Een dagje niks
"Rustdag?" Anna keek twijfelend naar Fred, terwijl ze haar benen al buiten het bed had na een nacht met veel pijn in haar maag. "Ja, zomaar een dagje niks doen. Dat voelt gek."
Fred draaide zich langzaam naar haar toe en trok een wenkbrauw op. "Jij en niks doen? Dat is pas een unicum."
Anna zuchtte en trok haar benen weer in bed. "Mijn maag denkt daar blijkbaar anders over," gaf ze toe. "Ik kan wel eigenwijs zijn en gewoon vertrekken, maar ik weet ook hoe dat de vorige keer is gegaan. Geen toestanden zoals toen onderweg naar Santiago."
"Nou, dan zijn we het eens," besloot Fred. "Bij twijfel niet inhalen, toch?"
Ze lachte schamper. "Ja, ja, ik hoor mezelf al praten."
En dus bleven ze. Een dagje niks doen.
Maar hier blijven was absoluut geen straf. De zon scheen fel, de lucht voelde zacht, en de houtkachel binnen knorde tevreden om de laatste koude uit de muren te jagen.
Djinx had zijn eigen avontuur gevonden. Samen met Aikie, de Franse hond, scheurde hij door de tuin, rolde door het gras en verzamelde alle speeltjes die hij maar kon vinden.
"Nou, die is vanavond uitgeput," grinnikte Anna.
Djinx kwispelde even, gaf Aikie een speelse duw en stoof weer verder. Rustdag? Voor hem duidelijk niet.
Anna sleepte een stoel in het zonnetje en trok haar schetsboek op schoot. “Zo, ik ben even niet bereikbaar.”
Chris en Maartje waren er zonder hond op uit getrokken, met het idee een kasteel te gaan bezoeken.
Een paar uur later kwamen ze terug, zonder een glimp van de binnenkant van het kasteel te hebben gezien.
"24 euro entree," riep Chris verontwaardigd. "Voor een kasteel!"
"Nou ja," voegde Maartje er met een brede grijns aan toe, "we hebben het geld wel beter besteed."
Ze legde een zak op tafel en rolde de inhoud eruit: een hele lading lege chocolade papiertjes en een doosje met macarons. Maar niet zomaar macarons. Mini-macarons, zo klein dat ze bijna niet te verdelen waren.
"Dat is dus waar een lineaal van pas komt," zei Chris droog die bij de tekenspullen een geodriehoek zag liggen.
Anna keek Maartje verbaasd aan. "Ga je serieus de macarons eerlijk verdelen met een geodriehoek?"
Maartje knikte plechtig. "Uiteraard. Gelijke rechten voor iedereen."
Ze lagen dubbel van het lachen, terwijl Maartje aan het meten sloeg…
Maar ze waren heerlijk. “Wel goed vasthouden anders waaien ze weg,” zei Fred.
Maartje had nog even een poging gedaan om in bikini te zonnebaden, maar na een half uur gaf ze zich toch maar gewonnen. "Okeee, 19 graden in de winter is bizar, maar niet bizar genoeg om begin maart al een kleurtje op te doen."
Binnen lag Fred op bed. Zijn ogen gesloten, zijn ademhaling rustig. Hij had last van duizeligheid, voelde zich niet lekker.
Anna keek naar hem, haar armen over elkaar geslagen. Ze wist niet goed wat ze moest doen. Dit waren de momenten waarop haar hoofd in overdrive ging. Zijn dit signalen van de ziekte? Of gewoon overbelasting van de afgelopen dagen?
Gisteren leek het nog zo goed te gaan. Ze hadden gefietst, gelachen, genoten van de zon. En nu lag hij hier, uitgeput. Hoe kon het zo wisselend zijn?
Ze zuchtte en wreef met haar handen over haar gezicht. Moest ze zich zorgen maken, of was dit gewoon een slechtere dag?
Het frustreerde haar dat ze er niks aan kon veranderen. Ze kon hem verzorgen, naast hem zitten, hem een kopje thee geven, maar de ziekte hield zich niet aan hun planning, niet aan hun tempo, niet aan hun wilskracht.
Anna legde een hand op zijn arm. "Wat wil je, maatje?" vroeg ze zacht.
Fred opende langzaam zijn ogen. "Gewoon… even niks." Ze knikte. "Dat mag."
Soms was dat alles wat ze kon doen. Er gewoon zijn.
Toch genoot hij nog even van de zon toen ze samen lunchten in de tuin. Een kop soep, eindelijk weer iets in haar maag. Kleine dingen die een wereld van verschil maken.
En toen? Met een boek bij de houtkachel. Wat een luxe.
Anna keek uit het raam en glimlachte. Elke dag opnieuw besefte ze hoe bijzonder deze reis was. Het was minder koud dan ze verwacht hadden, zelfs warm. De regen viel mee, veel minder dan ze gevreesd had.
"Volgende week schijnt er wat regen op komst te zijn," mompelde Chris terwijl hij de weer-app bekeek.
Fred haalde zijn schouders op. "We zullen zien. Het loopt zoals het loopt."
Maartje worstelde letterlijk met de worstjes, die maar niet gelijkmatig wilden bruinen in de pan. “Blijf nou eens liggen, jullie! En verkleur!” mopperde ze, terwijl er eentje eigenwijs uit de pan probeerde te rollen.
Ondertussen was Chris met een koekenpan vol sissende aardappeltjes om haar heen aan het bewegen. Hij schepte ze met zwier om, waarbij er bijna eentje over de rand ontsnapte. “Alles onder controle,” zei hij zelfverzekerd.
Anna keek grinnikend toe vanaf haar luie fauteuil. “Een geoliede machine, dit.”
Chris gooide een zak sla in een kom en keek tevreden naar zijn creatie. “Nou, klaar toch?”
Maartje rolde met haar ogen. “Echt michelin-kwaliteit, chef.”
Maar uiteindelijk stond er een prima maaltijd op tafel. Warm en precies goed na een dag vol zon, rust en kleine geluksmomenten.
Anna keek naar het vuur in de kachel, voelde de rust in haar lijf en de pijn zakte langzaam uit haar maag.
Vandaag was gewoon een dag om te zijn. En dat was genoeg.
Hoofdstuk 58: Afscheid van Linda en Aiki en brocante avonturen...
( ter compensatie van gisteren nu wat langer)
Nu bijna bij Bordeaux!
Het afscheid viel hen allemaal zwaarder dan verwacht. Niet alleen omdat ze verder moesten, maar omdat ze een stukje van hun hart achterlieten op deze bijzondere plek.
Djinx leek het als eerste door te hebben.
Terwijl Chris hem richting de bus leidde, bleef hij staan, zijn blik zoekend. Aiki, zijn nieuwe vriend, stond een paar meter verderop en keek nieuwsgierig toe. Toen Chris de deur opende, trok Djinx zich los en rende weg. Hij wilde niet in de bus. Ook niet toen Chris mopperde of hem een bevel gaf. Hij zocht Aiki, nog even een korte snuffel, een speelse duw tegen elkaars flank, een stil afscheid. Toen pakte Chris hem resoluut op en zette hem in de bus.
Aiki rende om de bus om te zien waar zijn vriendje nou was gebleven. Maar de deur bleef dicht.
Anna keek naar Linda, die haar hond even aaide. "Hij zoekt hem," zei ze zacht. "Ze hadden het naar hun zin samen."
Fred knikte. "Tja, vriendschap kent geen taal."
De motor van de bus sloeg aan. Aiki volgde nog een paar passen, bleef toen staan en keek hen na. Alsof hij nog niet helemaal begreep dat zijn speelkameraadje echt vertrok.
Anna keek nog één keer om. "We komen ooit terug," zei ze half tegen zichzelf.
De bus reed verder, de vertrouwde plek verdween uit zicht. Maar de herinnering bleef, en daar hadden ze geen foto voor nodig.
Maartje snoof en schudde haar hoofd. "Ik vind het echt zielig voor die honden. Ze snappen er niks van.”
"Ze wennen wel weer” zei Anna.”Maar ja, het is even lastig. Misschien vermenselijken we het wel te veel.”
De sfeer was even bedrukt, maar na een paar kilometer klaarde het op. Ze waren op weg naar het startpunt van hun volgende etappe.
De rit verliep rustig. Ze reden door het glooiende landschap, langs velden en kleine dorpjes die net leken te ontwaken.
Bij het startpunt van de route haalde Chris de fiets uit de bus en hielp Fred om alles weer goed te bevestigen. Maartje gaf Anna een knipoog. "Korte broek nog steeds aan onder je thermolegging?"
Anna grijnsde. "Je weet maar nooit. Misschien breekt de zon ineens door."
Chris schudde zijn hoofd en sloeg de achterklep dicht. "Jullie zijn gek. Maar vooruit, ga maar. We zien jullie straks wel weer."
En daar gingen ze. Ze konden zo de 'voie verte' opdraaien. De kilometers gleden onder hen door, de trappers draaiden soepel, en de oude spoorlijn leidde hen als vanzelf verder.
“Wat denk je aan?” vroeg Anna, toen het al een tijdje stil was vanaf de voorstoel.
Fred haalde diep adem en keek haar aan. “Dat dit alles is.”
Anna keek verward. “Alles?”
Fred knikte. “Dit. Dit moment. Dit gevoel. Dit is waarvoor we dit doen. Geen grootse dingen, geen grote einddoelen. Gewoon… hier zijn.”
Anna schudde even verward haar hoofd. De reis was niet alleen maar een reis, het was een opeenstapeling van kleine momenten, groot in hun eenvoud. De geur van versgebakken brood, de zon die ondanks de bewolking af en toe een warme straal door de bomen stuurde, de stilte van een verlaten fietspad. Het leven op de fiets was simpel, teruggebracht tot de basis. En misschien was dat juist wat ze nodig hadden.
De boulangerie waar ze stopten was een plaatje. Een kleine vitrine met precies genoeg lekkers om keuzestress te krijgen. De geur van gebakken boter, van warme deegwaren die net uit de oven kwamen. “Zal ik iets voor je uitzoeken?” vroeg Anna grijnzend.
Fred keek haar hoofdschuddend aan. “Iets? In de zin van eentje?”
Lachend stond ze even later buiten met een zak vol lekkers. “We hebben het verdiend,” zei Fred, met een goedkeurend knikje naar de gevulde zakjes.
Even later zaten ze op een bankje, de benen bungelend boven een grasveldje. Geen haast. Geen moeten. Alleen proeven en genieten.
Dankbaarheid. Niet alleen voor het eten, maar voor alles. Dat ze dit samen mochten doen. Dat Fred er nog was. Dat de weg zich steeds weer voor hen uitrolde, ongeacht hoe zwaar het soms was.
Anna nam een hap van haar taartje en zuchtte tevreden. “Weet je, soms lijkt het alsof de wereld groter wordt naarmate we verder gaan. Alsof er steeds meer te ontdekken valt.”
Fred keek naar de horizon. “Misschien omdat we beter leren kijken.”
Ze knikten, terwijl de wind zachtjes om hen heen speelde.
En toen, met hernieuwde energie, stapten ze weer op. Op weg naar wat de volgende kilometers hen zouden brengen.
En ineens was ze er toch… de zon… in vol ornaat. Yes… de broek kon uit!
Anna sloot haar ogen even en genoot van de zon op haar huid. “Heerlijk, blote benen! Het voelt eindelijk als lente,” zei ze terwijl ze haar thermolegging in de fietstas propte.
De wind speelde door haar haren… en toen realiseerde ze zich iets. “Oh nee…” mompelde ze.
Fred keek haar grijnzend aan. “Wat is er?”
Anna zuchtte dramatisch. “Als mijn beenharen harder wapperen in de wind dan mijn hoofdhaar, wordt het tijd voor actie.”
Fred barstte in lachen uit. “Tja, je bent natuurlijk een echte pelgrim. Dat hoort erbij.
"Nou," zei Anna met een knipoog, "Ik ben gewoon echt één met de natuur."
En al wapperend vervolgden ze hun weg. Een weg met ‘route barree-en’, omleidingen, uitstekende boomwortels en pittige klimmetjes maar vooral veel plezier en genieten.
Bij een bord ‘Brocante’ kon Anna de verleiding niet weerstaan. “Oh, dit kan ik echt niet voorbij laten gaan!” riep ze enthousiast, terwijl ze Fred langs de weg parkeerde.
Fred zuchtte en leunde achterover. “Ik zag deze al aankomen… Ik blijf hier wel wachten. Probeer jezelf een beetje in te houden, hè?”
Anna wuifde zijn opmerking lachend weg en stapte de wereld van de brocante binnen.
En toen…
Haar ogen werden groot. “Wauw…” fluisterde ze. Dit had ze nog nooit gezien.
Buiten stonden glazen, borden, kommen, schalen, bestek, tuindecoraties en ijzeren ornamenten uitgestald alsof het een kunstwerk op zichzelf was. En binnen?
Binnen was een chaotisch paradijs.
Vol, voller, volst. Tot de nok toe gevuld met geschiedenis. Stapels oude boeken, sierlijke klokken, vergeelde ansichtkaarten, zilveren kandelaars, tinnen soldaatjes, dinky toys, verweerde spiegels waarin talloze gezichten voor haar al hadden gekeken. Het rook naar stof, hout en een vleugje nostalgie.
Ze stond even stil en liet het allemaal op zich inwerken. Dit was geen winkel, dit was een schatkist.
“Geweldig,” fluisterde ze, met hoofdletters in haar hoofd. GEWELDIG.
Buiten keek Fred op zijn horloge en glimlachte. “Ik geef haar tien minuten voordat ze helemaal verdwijnt in die tijdmachine daarbinnen.”
Fred keek op van zijn telefoon toen hij voetstappen hoorde. “Wat? Nu al terug?” vroeg hij verbaasd. Hij had op minstens een half uur gerekend.
Anna haalde haar schouders op en grijnsde. “Ja, en met lege handen nog wel!”
Fred trok zijn wenkbrauwen op. “Moet ik me zorgen maken? Heb je koorts? Dit lijkt helemaal niet op jou.”
Anna lachte. “Tja, het is dat we op de fiets zijn en dat ik jou niet te lang wilde laten wachten… Maar serieus, ik zou daar uren kunnen rondstruinen.”
Fred schudde lachend zijn hoofd. “Dat vermoedde ik al.”
Ze stapten weer op de fiets en ze keek nog één keer verlangend om naar de brocante. “Maar goed, ik bespaar je een logistiek drama. Voor nu.”
Fred grijnsde. “Dat klinkt als een dreigement.”
Anna knipoogde. “Wie weet. Misschien past er nog wel wat in onze aanhanger.”
Fred trapte een tandje bij en wierp een snelle blik over zijn schouder. “Je weet maar nooit met jou… voor ik het weet, zit die aanhanger vol met oud Frans servies en gietijzeren tuinkabouters.”
Anna lachte en riep hem na: “Zeg nooit nooit, Fred! We hebben nog een lange weg te gaan!”
Maar de dag liep op zijn einde en de accu’s van de fiets begonnen op te raken. De wind voelde zwaarder, de benen vermoeider. Gelukkig waren Chris en Maartje al in de buurt, dus werd de fiets ingeladen en reden ze naar hun nieuwe onderkomen.
Anna keek uit het raam en liet haar gedachten gaan. Hoe zou dit plekje zijn? Elk adres was een verrassing, soms een gouden vondst, soms… nou ja, een uitdaging.
Fred rekte zich uit en gaapte. “Als er maar een fatsoenlijk bed staat, ben ik al tevreden.”
Chris stuurde de bus behendig door smalle weggetjes. “Nou, we gaan het zo ontdekken.”
De auto draaide een laatste bocht. Voor hen doemde hun verblijf voor de komende nachten op. Zou dit een plek zijn waar ze zich thuis zouden voelen?